Ben jij een zombie of een rebel? DEEL III

Lees hier het derde deel van 8 delen of download het derde deel.

Hoofdstuk 4 Kruispunten

Door het Trumpiaanse vertrekpunt zijn er op cruciale kruispunten keuzes gemaakt die doorwerken in onze hele wereld. Het nemen van deze verkeerde afslagen heeft een grote impact op hoe onze wereld en onze toekomst eruit ziet. Bij het oplossen van de problemen waar we voor staan, spelen vijf kruispunten een doorslaggevende rol. Het zullen er ongetwijfeld meer zijn, maar deze vijf kruispunten zijn in mijn ogen op dit moment het belangrijkste en het meest onderschat. Met de Ghandi-beelden in gedachten kunnen we een andere afslag kiezen op deze kruispunten waardoor we op een totaal andere bestemming uit gaan komen. Het eerste kruispunt gaat over onszelf en met hoeveel we wel niet zijn. We zijn met teveel mensen.

Kruispunt  #1 Te veel mensen

Wij zijn met teveel mensen. Wij zijn een plaag. Door onze slimheid zijn we boven de wetten van de natuur gaan staan. Je zou kunnen zeggen dat we de dood te slim af zijn. Heel knap. Behalve dat de dood onderweg is om een inhaalslag te maken. De toekomst zal uitwijzen of we nou zo slim zijn of juist heel dom.

De mens is een vervuiler. Als je naar dieren kijkt, dan leven ze van de natuur en ze brengen het geen schade toe. Geen enkele schade. Veel van ons leven op zo’n onnatuurlijke manier dat we gigantisch veel schade toebrengen. Een mensenleven staat op dit moment gelijk aan een hoop verspilling en vervuiling. Dat betekent nogal wat met een wereldbevolking van 8 miljard mensen!

Het is ongelooflijk wat voor een groei de wereldbevolking heeft doorgemaakt. Slechts 200 jaar geleden, dus rond 1800, waren er maar 1 miljard mensen op de aarde (zie Figuur 14). Het heeft 2 miljoen jaar geduurd om te groeien naar deze eerste miljard mensen. Inmiddels zijn we twee eeuwen verder en is de bevolking gegroeid met 7 miljard mensen naar een wereldbevolking van 8 miljard mensen. Met zo verschrikkelijk veel mensen is onze wereld heel erg groot geworden.

Figuur 14. Groei van de wereldbevolking van 1804 tot nu in miljarden (Wismans & Gameren, 2022)

Doordat we geen natuurlijke vijanden meer hebben, behalve onszelf, blijft de wereldbevolking groeien. Het zijn bizarre aantallen (8 miljard!) en de verwachting is dat het aantal blijft groeien.  Als we niets veranderen, zullen we in 2050 met 9,7 miljard mensen zijn (zie Figuur 15). Dat is een toename van een kwart op de huidige wereldbevolking.

Figuur 15. Groei van de wereldbevolking van 1804 met prognose tot 2100 in miljarden (Wismans & Gameren, 2022)

Onze aantallen nemen schrikbarende proporties aan, maar in het kielzog daarvan zijn de aantallen van onze huisdieren verontrustend. Met de groei van de welvaart en de wereldbevolking neemt het aantal (dikke) huisdieren toe. In 2018 werden er 470 miljoen honden als huisdier gehouden en 370 miljoen katten (Bedford, 2020). Zeker de helft van de huishoudens in Amerika en Engeland hebben één of meerdere huisdieren (Statista_Research_Department, 2022) (Bedford, 2022). Onze huisdieren zijn een voorbeeld van de verspilling die wij mensen veroorzaken. Ik wil wedden dat mijn eigen kat beter gevoed is dan mensen in ontwikkelingslanden. Het voedsel, de speeltjes, de verzorging, de krabpalen, mandjes en de kattenbak; mijn kat komt niets tekort en dat is hem aan te zien.

Het allergrootste taboe

De meeste effectieve oplossing voor klimaatopwarming is heel simpel. Minder mensen betekent minder verspilling en vervuiling. Dit is geen nieuw idee. In verschillende landen is er gestuurd op het verminderen van de bevolkingsgroei zoals de éénkindspolitiek van China of tweekindpolitiek van Vietnam en India.  Ook al is het zo voor de hand liggend, we overwegen niet om deze oplossing in te zetten, omdat dit het allergrootste taboe is dat we kennen. In de wereld is er mede door religieuze instituties op gestuurd om kinderen te krijgen en geen anticonceptie of abortus toe te passen. Deze sturing vanuit geloofsovertuiging is één van de oorzaken van ons probleem. We vinden het normaal dat het krijgen van kinderen wordt gestimuleerd en het vervult ons met afschuw dat we het krijgen van kinderen gaan ontmoedigen of zelfs verbieden. We zien het krijgen van kinderen als een persoonlijke keuze. Maar dat is niet meer zo. Het krijgen van kinderen kan niet langer vanzelfsprekend zijn met de gevolgen die het heeft in de wereld. De keuze voor een nieuw leven gaat ons allemaal aan. Bovendien kun je in een wereld die zo onnatuurlijk geworden is als de onze, niet meer vasthouden aan zoiets natuurlijks.

Uiteraard kunnen we lang discussiëren of we moeten ingrijpen in de groei van de wereldbevolking. Tegenwoordig zijn we goed in alles dood discussiëren, waardoor er uiteindelijk geen enkele actie volgt. Er zijn genoeg experts te vinden die van mening zijn dat het mogelijk is om met 8 miljard of 10 miljard mensen op deze aarde te wonen zonder het te vernietigen. Door voedsel, water en grondstoffen eerlijk te verdelen en op een verantwoorde manier te produceren, zou er genoeg zijn voor iedereen. In theorie zal elk mens het hiermee eens zijn. In de praktijk pakt het anders uit. In de praktijk komen we niet tot een eerlijke verdeling doordat we hebberig en kortzichtig zijn. Uiteindelijk gaat het er niet om of we alles eerlijk verdelen. Het gaat erom dat veel van ons (en dat zijn er veel op een aantal van 8 miljard) in luxe willen leven en hier streven we ons hele leven naar. Het lukt ons, want de welvaart groeit. Steeds meer mensen leven in betere omstandigheden. Wat hand in hand gaat met een hogere consumptie. Als dit de realiteit is, laten we dit dan als uitgangspunt nemen.

Het is tijd om de wereldbevolking van 8 miljard niet verder te laten groeien en zelfs terug te brengen naar betere proporties. Zodanig dat de bevolking die overblijft zonder de aarde te schaden met elkaar in gepaste luxe kan leven uitgaande van gelijkheid en eerlijkere verdeling.

Stop Kidding

Als wij in staat zijn om zo weinig kinderen te krijgen, dat de wereldbevolking niet verder groeit, dan kunnen we de omvang van de wereldbevolking op zo’n 7,9 miljard mensen houden en hebben we 20% van ons probleem in 2050 opgelost. Dit is enorm! Het mooiste is dat het niet veel opoffering vraagt. Als vrouwen niet meer dan één kind krijgen, dan is het mogelijk om de wereldbevolking niet verder te laten groeien dan 8 miljard. Stop Kidding is een essentiële oplossing in de problemen waar we voor staan.

De wereldbevolking groeit elk jaar met ongeveer 1%, zo’n 82 miljoen mensen. Er worden ongeveer 140 miljoen baby’s geboren per jaar en er overlijden circa 58 miljoen mensen (Roser, Ritchie, Ortiz-Ospina, & Rodés-Guirao, 2013, last revised in 2019). Wanneer we het aantal geboortes kunnen terugbrengen naar onder de 58 miljoen, dan groeit de wereldbevolking niet langer verder.  

Gemiddeld krijgen vrouwen over de hele wereld 2,4 kinderen per vrouw (The_World_Bank_Group, 2019). Wanneer we dit gemiddelde omlaag krijgen naar 1 kind per vrouw, dan kunnen we de groei van de wereldbevolking stoppen. Sterker nog, er is dan een hele kleine afname per jaar van 2 miljoen mensen waarmee de wereldbevolking krimpt. Figuur 16 toont per werelddeel hoeveel kinderen vrouwen gemiddeld krijgen. Het valt op dat met name in Aziatische en Afrikaanse landen het aantal kinderen per vrouw hoog ligt. Combineer dit met het gegeven uit Figuur 15 dat de Afrikaanse bevolking het meeste zal groeien, dan zien we dat Stop Kidding de grootste opgave zal zijn in Afrika. Dat ontslaat andere landen zeker niet van de verantwoordelijkheid om aan Stop Kidding te doen. In rijke landen, waar het aantal kinderen per vrouw meestal laag is, betekent elk welvarend kind erbij veel verspilling en vervuiling. Daarmee is het in alle landen noodzakelijk om het aantal geboortes te beperken.

Figuur 16. Vruchtbaarheidsindex: gemiddeld aantal kinderen per vrouw (Wismans & Gameren, 2022)

Geen kinderen per vrouw zou beter zijn. Dit zou een werkelijke afname van de wereldbevolking betekenen, maar het is heel wat als we de trend van groei van de wereldbevolking kunnen stoppen. Als doel kunnen we stellen om niet meer dan één kind per vrouw te krijgen. Door Stop Kidding offeren we de ongeborenen voor de levenden en vergroten we het voorrecht om te leven.

Vertroetelen

Het bij wet verbieden om meerdere kinderen te krijgen, gaat erg ver en zal een hele halszaak zijn om  in elk land voor elkaar te krijgen. Het is beter als het krijgen van één kind aantrekkelijk wordt gemaakt en het krijgen van meer dan één kind duur. Een vrouw, die geen kinderen krijgt, zou beloond kunnen worden. Complete vertroeteling van het eerste kind is de manier om Stop Kidding te verwezenlijken.

In 2019 is er 231 miljard dollar aan ontwikkelingsgeld uitgegeven door landen over de hele wereld (Wikipedia, 2019). Verdeel je dit geld over het deel van de 58 miljoen geboren kinderen in ontwikkelingslanden per jaar , dan kunnen we elk kind met minstens 3.900 dollar sponsoren. Zeker voor bijvoorbeeld een gezin in Afrika is dit heel veel geld.  De sponsoring kan bestaan uit onderwijs, gezondheidszorg en/of een bedrag handje contantje als het kind 18 jaar is geworden en geen broers of zussen heeft. Met name goede toegankelijke gezondheidszorg voor het eerste kind om de overlevingskansen aanzienlijk te vergroten, kan arme gezinnen over de streep trekken om niet meer kinderen te krijgen. Om de vertroeteling van het eerste en enige kind naar grotere hoogtes te kunnen brengen, zouden rijke landen kunnen toezeggen dat deze kinderen op de leeftijd van 21 jaar recht hebben op een visum in een rijker land of recht hebben op inkomen.

Dit kan een totaal andere benadering zijn van ontwikkelingsgeld geven. Gericht aan de mens zelf en voor een bepaald doel en niet blind aan een land of organisatie, waarbij onduidelijk is waar het terecht komt. Wanneer de moeder of het eerste kind zelf het geld krijgen, kan diegene zelf beslissen waar het geld voor te gebruiken. Een goede registratie is een vereiste voor een dergelijke manier van werken. De mobiele telefoon zou hiervoor een uitkomst kunnen bieden. In ontwikkelingslanden heeft 98% van de inwoners in 2017 toegang een mobiele telefoon (Yanes, 2019).  Toegang tot het internet is echter een probleem, want slechts 19% van de mensen in ontwikkelingslanden had toegang tot het internet in 2019 (Newsverge, 2020). 

Het ingrijpen van rijke landen om geboortebeperking te stimuleren in andere landen heeft immorele kanten. Zeker omdat het probleem dat we aan het oplossen zijn, door de rijke landen is veroorzaakt en niet door de arme mensen met een uitermate kleine ecologische voetafdruk. Vandaar het voorstel om de voorwaarden van Stop Kidding af te stemmen met de landen en bevolking zelf. In niet Westerse landen is het belónen door vertroeteling van het enige kind de belangrijkste strategie. Voor Westerse landen is het bestráffen door duurder maken van meer dan één kind krijgen de voornaamste strategie. Op deze manier worden de mensen die het probleem niet veroorzaakt hebben, niet middels bestraffing gedwongen om mee te doen aan Stop Kidding. Er wordt hun daadwerkelijk meerwaarde geboden voor hun deelname aan Stop Kidding. Bovendien betekenen deze voordelen dat het niet uitmaakt of een vrouw een jongetje of een meisje krijgt. De rechten zijn hetzelfde en even waardevol. Dat zal hopelijk voldoende zijn om een voorkeur voor zonen tegen te gaan. Zo wordt een mannenoverschot in de toekomst voorkomen.

Mannen zijn de sleutel

Bij de registratie van het eerste kind in een globaal systeem is het mogelijk om de moeder en vader informatie te verstrekken over anticonceptie en ook direct toegang te bieden tot anticonceptie en voorbehoedsmiddelen voor zowel mannen als vrouwen. Twee op de drie vrouwen in de wereld gebruikt geen anti-conceptie (FP2020, 2020). Waarschijnlijk hebben veel vrouwen geen toegang tot anti-conceptie en dit is verontrustend. Hoeveel mannen voorbehoedsmiddelen gebruiken is onduidelijk door gebrek aan data. Het zo laagdrempelig mogelijk aanbieden van anti-conceptie en voorbehoedsmiddelen over de hele wereld is een randvoorwaarde voor Stop Kidding.

Bij het krijgen en niet krijgen van kinderen kijken we automatisch naar de vrouw. Bij Stop Kidding bieden mannen echter de oplossing. Mannen zouden zich jong of na het krijgen van één kind kunnen steriliseren waarbij er geen risico meer is op ongelukjes. Een sterilisatie is voor een man een kleine ingreep en het kan bij een meerderheid van de mannen teruggedraaid worden met een iets grotere ingreep. Na het krijgen van een kind bij een vaste partner zou sterilisatie verder gebruik van anti-conceptie of voorbehoedsmiddelen overbodig maken. Meer plezier voor de man tijdens de sex doordat het zonder condoom kan en geen overmatig gebruik van hormonen vanwege de pil voor vrouwen. Deze voordelen mogen meer aandacht krijgen. Overigens zou condoomgebruik positiever belicht mogen worden. Tegenwoordig zijn er dunnere en sterkere condooms beschikbaar die soms zelfs bijdragen aan langdurig genot, ook voor de vrouw. Het is niet langer zo dat condooms vervelend hoeven te zijn. Het is een kwestie van zoeken naar een condoom die voor jou werkt en je erin verdiepen hoe je die kunt gebruiken zodat het meer genot oplevert. Het gratis aanbieden van sterilisatie en het laagdrempelig aanbieden van goede condooms zou onderdeel van beleid kunnen zijn. Zo maken mannen deel uit van de oplossing.

Respect voor moeders met een ongewenst ongeboren kind

Abortus is een maatregel die we niet links kunnen laten liggen. Het is omstreden. Bepaalde groepen mensen zien het beëindigen van een zwangerschap als moord en zijn fel voorstander van het verbieden van abortus. Het is vreemd dat mensen die geen gebruik willen maken van abortus voor anderen willen bepalen dat het helemaal niet mag, omdat het tegen hun waarden indruist. Deze mensen willen voor anderen bepalen dat een ongewenst kind dat mogelijk weinig goede uitzichten heeft, toch geboren wordt. Is het niet aan de moeder en eventueel vader om dit te beslissen?

We leven in een samenleving met allerlei verschillende mensen met een diversiteit aan geloofsovertuigingen en waarden. Iedereen bedienen in onze regelgeving is niet te doen. Bij abortus is dit nou net een regeling die voor iedereen kan werken. Als je vanuit je eigen gevoel of geloofsgemeenschap tegen abortus bent, dan maak jij of jouw geloofsgemeenschap geen gebruik van abortus. Als je er vanuit jouw eigen gevoel niet tegen bent en je wilt abortus plegen, dan zou het mogelijk moeten zijn.

Er zijn altijd vrouwen zijn die ongewenst zwanger raken die ver willen gaan om hun zwangerschap te beëindigen en hier niet lichthartig toe besluiten. Als er geen mogelijkheid is tot een veilige abortus, dan zijn deze vrouwen bereid om hun eigen leven te wagen om een ongewenste zwangerschap te beëindigen. Is het niet belangrijk om ook het leven van deze vrouwen te beschermen?

Respect voor mensen die anders zijn dan jij en hun geloofsovertuigingen is waardevol. Dus voor de vrouwen die een ongewenste zwangerschap willen beëindigen is legaal abortus plegen een  schakel in het beleid van Stop Kidding.

Waardevolle politiek

Elk land in de wereld heeft er baat bij om de bevolking in te krimpen en vooral dat andere landen hun bevolking inperken. Dit is niet de gangbare kijk op de bevolkingsaantallen. Er is met name aandacht voor de vergrijzing en de hoge pensioen- en zorgkosten die een inkrimpende bevolking als gevolg heeft. Dit is een typisch voorbeeld van de kortzichtige mens. We kijken op de kortere termijn naar de economische gevolgen, maar we zien niet de langere termijn gevolgen voor de samenleving in de hele wereld en voor de dieren- en plantenwereld.

Vergrijzing remt economische groei, er zal een toenemend tekort aan arbeidskrachten zijn en het pensioenmodel en de financiering van de zorg zijn niet houdbaar (Serkozy, 2020). Minder werkenden dienen de pensioenen en de zorg voor steeds meer ouderen op te brengen. De vraag is echter of we internationaal niet een veel groter belang hebben dan vergrijzing en onbetaalbare zorg en pensioenen. De opwarming naar 2 graden zal leiden tot water- en voedseltekorten. Deze schaarste zal leiden tot conflict, tot meer oorlog. Hoe beter we in staat zijn om de wereldbevolking te verkleinen, hoe minder de schaarste is. Daarmee verkleinen we de kans op oorlog. Dat is toch een gewichtiger argument dan het beschermen van economische belangen door het krijgen van kinderen.

Om Stop Kidding structureel nationaal en internationaal op de agenda aan de bestuurstafels te krijgen, zou het uitruilen van rechten en plichten een oplossing kunnen bieden. Zo kan het zijn dat landen die actief hun geboortecijfers inperken, bang zijn voor de komst van meer immigranten. Als uitruil kunnen we landen de mogelijkheid geven om minder politieke en economische vluchtelingen op te nemen in ruil voor succesvol terugdringen van geboortecijfers. Neem je jouw verplichting in de wereld serieus op het ene onderwerp, dan kun je (deels) worden ontheven van een andere verplichting. Dit is slechts een voorbeeld van een mogelijke uitruil. Er zijn veel meer mogelijkheden, waarbij we wat soepeler omgaan met bepaalde mensenrechten om het meest essentiële mensenrecht veilig te stellen van een gezonde aarde om op te leven.

Oude mannen in jurken zullen er anders over denken

Stop Kidding is een gevoelig onderwerp in geloofsgemeenschappen over de hele wereld. Religieuze leiders (meestal oude mannen in jurken) leggen de nadruk op familie en zien een kind als een geschenk van hun god of goden (Pandia_Health_Editorial_Team, 2021). Zij verbieden vrouwen om anti-conceptie te gebruiken. Terwijl er binnen de meeste religies ruimte is om anticonceptie te gebruiken. Het is niet verboden. Echter het wordt afgekeurd samen met het idee van gezinsplanning. Het verbieden van gezinsplanning heeft bijgedragen aan de enorme groei van de wereldbevolking in twee eeuwen tijd.

Aangezien ongeveer 5 op de 6 mensen religieus is (World_Population_Review, 2022), is het van belang om bij het streven naar één kind per vrouw de verschillende religies over de hele wereld te betrekken. De religieuze waarden hoeven niet te conflicteren met het streven om niet meer dan één kind per vrouw te krijgen. Met dit streven blijft familie van grote betekenis en is het ene kind per familie een groter geschenk van onze god of goden. Een geschenk om te koesteren en te vertroetelen.

Een bijdrage om trots op te zijn

Wat veel van ons bezig houdt, is wat wij kunnen betekenen in zo’n groot en veelomvattend probleem als klimaatverandering. Met veel moeite ontzeggen we ons vlees en vis, proberen we minder spullen te kopen, laten we de auto af en toe staan. Dit voelt als een magere bijdrage en we hebben het gevoel dat we niet zoveel kunnen betekenen. We kijken naar wereldleiders en bestuurders en verwachten dat zij met oplossingen komen. Terwijl er keuzes zijn die wij kúnnen maken die impact hebben. De keuze voor het krijgen van kinderen en hoeveel kinderen is de belangrijkste keuze in ons leven. Het is een persoonlijke beslissing, maar het is zeker ook een beslissing die bepalend is voor onze bijdrage aan de wereld. Zo voelt het niet. Hoe kan het níet krijgen van een kind, iets dat je niet doet, de wereld veranderen? En toch is het een bijdrage van wereldformaat. Één mensenleven minder betekent minder schade aan de aarde. Het opofferen van je kinderwens en het bij één kind houden of geen kinderen krijgen is iets om trots op te zijn. Een mooi voordeel is dat het je een hele hoop geld bespaart, want een extra mensenleven grootbrengen kost bergen met geld.

Stop Kidding zal op de lange termijn veel problemen oplossen en veel meer vrijheid bieden. De verdeling van water, voedsel, grondstoffen, geld en spullen zal minder onder druk staan met minder mensen. Met minder mensen kunnen we met minder regels toe en de kans op misstanden, ongeregeldheden en conflicten zal afnemen. Stop Kidding omarmen is essentieel om de wereld gezond te maken, waarbij we niet langere een plaag zijn. Hoezeer het ook een taboe is, de oplossing in zichzelf is het makkelijkste uit te voeren. Een stuk makkelijker dan de energietransitie. We kunnen dit zelf doen zonder hulp van iemand anders, we kunnen vandaag beginnen en op de lange termijn levert het geld op. Zo simpel kan een bijdrage aan een betere wereld zijn.

Kruispunt  #2 Te lang leven

In korter dan 2 eeuwen is de wereldbevolking waanzinnig gegroeid. In dezelfde periode is de levensverwachting meer dan verdubbeld. Tussen 1770 en 1870 was de gemiddelde levensverwachting in de wereld 30 jaar (zie Figuur 17). Na 1870 is de levensverwachting exponentieel gegroeid naar gemiddeld 73 jaar in 2019 (Roser, Ortiz-Ospina, & Ritchie, Life Expectancy, 2013, last revised in 2019). De toename is een gevolg van de grotere voedselproductie en distributie, van de verbetering in gezondheid door beschikbaarheid van schoon water en sanitair en van de betere medische technologie zoals vaccinatie en antibiotica (Segue_Technologies, 2015).

Figuur 17. Gemiddelde levensverwachting in de wereld van 1770 tot 201939

De bizarre groei in levensverwachting zal zich doorzetten, zijn de voorspellingen. Er zijn professoren die voorspellen dat de levensverwachting naar 150 jaar of zelfs 1000 jaar zal groeien (www.theworldcounts.com). Een verwachting die vragen oproept. Als we met zovéél mensen op de wereld zoláng leven, hoe gaan we dit doen zonder de aarde kapot te maken? De combinatie van deze twee weeffouten heeft een impact van jewelste. Tegen 2050 zijn we met bijna 10 miljard mensen die gemiddeld 80 jaar blijven leven…

Gezondheidswenselijkheid

Wereldwijd wordt nauwkeurig bijgehouden waar mensen dood aan gaan en voor elke doodsoorzaak is een lobby gaande om het aantal doden in te perken. We beschouwen elke doodsoorzaak als niet goed en we willen elke doodsoorzaak voorkomen of uitgestellen. Het beleid dat we hierop voeren is uiterst succesvol, zoals we net zagen. De levensverwachting blijft toenemen.

Er is sprake van gezondheidswenselijkheid. Dit zagen we duidelijk tijdens de coronacrisis. Bij het nemen van een besluit over maatregelen is de automatische reactie: “Natuurlijk willen we niet dood, dus ja, doe wat je kunt om ons te beschermen.” Maar na verloop van tijd gaan we ons afvragen of we zoveel vrijheid willen inleveren om onze gezondheid te beschermen. Dat is het moeilijke bij gezondheidswenselijkheid. Bij een maatregel die doden voorkomt, kun je niet tegen die maatregel zijn. Wie wil er nou doden op zijn geweten hebben? Dit is een vorm van bevoordeeld zijn en is één van onze menselijke beperkingen.

We hebben het leven op een voetstuk geplaatst en wat het ook kost, we beschermen dat leven. Zo hebben we wereldwijd maandenlang iedereen van zijn vrijheid beroofd om zo’n 5% van de wereldbevolking tegen de dood te beschermen en een onbekend percentage tegen long covid. Dat de vrijheidsberoving, verlies aan inkomsten of beperkte toegang tot gezondheidszorg erger zou kunnen zijn dan opstapelende coronadoden, konden we niet bevatten. We zagen de beelden van de overvolle ziekenhuizen in onder andere Italië, Amerika en India en dat was voldoende om verregaande maatregelen te blijven volhouden in een periode van 2 jaar.  

Het beschermen van het leven is geïnstitutionaliseerd. Consequentie van het uitstellen van de dood is dat onze lichamen en verstand het niet aan kunnen. Slechts een klein percentage van ons wordt oud met zijn hersens scherp en voldoende lichaamskracht om kwalitatief deel te nemen aan het leven. De rest van ons kwijnt in zijn laatste levensfase weg in een kamertje. Dementie neemt toe en het aantal keren dat mensen kanker hebben.

Vechten voor het leven

Het is zo’n mooi verhaal. Van de zieke die de ziekte verslaat en blijft leven. Of de held die zoveel mensen het leven redt. Een groot deel van onze ontspanning draait om verhalen in de vorm van films, series, boeken en games. Het omringt ons. Veel van de verhalen zijn boeiend door de spanning tussen leven en dood en dan met name het vasthouden aan het leven, het niet dood willen gaan, het vechten voor het leven en dat elk mensenleven het redden waard is. Deze verhalen zouden niet zo interessant meer zijn als we het normaal vinden dat mensen dood gaan of jong overlijden. Hoe spannend zijn de James Bond films als we het niet erg vinden dat James Bond dood kan gaan? Het zou in ieder geval verrassend zijn als de bad guys een keer raak schieten.

De waarden die in verhalen worden uitgedragen hebben invloed op onze kijk op het leven. De verheerlijking van het leven en het vechten tegen de dood versterken hoeveel we in ons eigen leven doen om ons leven te verlengen en hoe we elkaar aanmoedigen om voor ons leven te vechten. Er is een cultuur gecreëerd van geloven dat elk leven ertoe doet, dat een lang leven staat voor geluk, dat je tot het bittere einde vecht voor je leven en dat je het niet opgeeft. Blijkbaar kijken we op een bepaalde manier tegen het leven aan en vergroot dit ons probleem.

Doorbreken van de angst voor de dood

Het vasthouden aan het leven kan doorslaan en maakt het moeilijk voor mensen om los te laten. Zeker als ze aangemoedigd worden om hoopvol en positief te blijven en ze niet worden gesteund in realistisch zijn en voorbereid op wat er komen gaat. We zouden daarentegen veel dankbaarder kunnen zijn voor de jaren die we hebben geleefd en de mooie momenten die we hebben meegemaakt. Het vieren van het leven wordt vergeten en de angst voor de dood overheerst.

Minder angst voor de dood en er wat makkelijker mee omgaan zou kunnen helpen om onnodig lijden tegen te gaan. Onze samenleving is erop ingericht dat we mensen niet dood laten gaan. Door de marktwerking in de zorg wordt er zelfs geld verdiend aan mensen niet dood laten gaan, maar zoveel mogelijk oplappen. Daar gaan we heel ver in, want we vinden allemaal dat we mensen niet dood kunnen laten gaan. Toch zijn er genoeg situaties te bedenken waarin we wat makkelijker met de dood om kunnen gaan. Hoe ver gaan we met het behandelen van zieke mensen? Hoe ver gaan we met het aanbieden van medische behandelingen om levens te verlengen met een paar weken, maanden of jaren? Op welk moment is het punt bereikt dat iemand onnodig lijdt en het beter is om iemand een mooi einde te geven? Niet alleen zijn deze vragen van toepassing op mensen, maar ook op onze huisdieren. De gezondheidswenselijkheid bij huisdieren is ook toegenomen.

Bij zieke mensen kun je een hoop vragen stellen over het verlengen van het leven, maar ook bij gezonde mensen. Als de levensverwachting van gemiddeld 30 jaar naar 70 jaar stijgt, zijn er dan niet veel meer mensen die levensmoe zijn? Hebben de mensen die het leven als zinloos en leeg ervaren niet in wezen gelijk, aangezien er geen reden voor het bestaan is ontdekt?

Deze vragen vinden we ontzettend moeilijk. We vinden dat we van iedereen mogen eisen dat hij of zij leeft en doorgaat met leven. Vroegtijdig dood laten gaan van mensen die een prima leven voor de boeg hebben, is ondenkbaar. Zelfs als ze het zelf heel graag willen of er met zelfmoord zelf toe besluiten. Het leed dat wordt veroorzaakt door deze optimistische houding ten opzichte van het leven, zien we niet. Daar hebben we weinig aandacht voor. We houden stevig vast aan een lang leven voor iedereen. Wat is er tegen om mensen niet gewoon dood te laten gaan? We hebben namelijk meer dan genoeg mensen op deze aardbol. We hoeven niet bang te zijn dat we snel opraken. Oké, ik snap dat het niet zo werkt. We zijn geen voorraad van een winkel.

Op twee manieren kunnen we de angst voor de dood doorbreken. De eerste manier is door niet langer te registreren waar mensen aan dood gaan. Daarmee verwijderen we de basis voor het totale beleid aan gezondheidswenselijkheid. Scheelt verschrikkelijk veel werk en dan spelen we weer mensen vrij om op andere plekken in te zetten voor de aankomende vergrijzing. We rekenen dan ook meteen af met de angstcultuur rondom het maken van fouten in de zorg of andere sectoren waar men verantwoordelijk gehouden kan worden voor levens.

De tweede manier om de angst voor de dood te doorbreken is door wereldwijd euthanasie aan te bieden. Euthanasie is de humane beëindiging van het leven van een terminaal zieke persoon met diens toestemming of van zijn familieleden om een einde te maken aan onnodig lijden. In Nederland bieden we deze uitweg. We zijn één van de meest vooruitstrevende landen op het gebied van euthanasie samen met zes andere landen of delen van deze landen (nl.unansea.com).  Het is toch vreemd dat je ongevraagd met het leven wordt opgezadeld en dan mag je ook niet over je eigen einde beslissen. Je zou tijdig aan moeten kunnen geven dat je een einde aan je leven wilt maken en dat deze beslissing niet geblokkeerd kan worden door een familielid of een onwillige huisarts. Het is jouw leven en jouw beslissing. Meer respect hiervoor is op zijn plaats. Hopelijk gaan we leren om het leven eerder los te laten als de dood gewenst is. Een vreemd idee misschien, maar het is een realiteit die we niet langer kunnen negeren als we eindeloos blijven leven.

Kruispunt  #3 Vervuilen mag

Het is moeilijk te bevatten hoe groot het probleem aan vervuiling in de wereld werkelijk is. Dit merkten we bij de publieke acceptatie van klimaatopwarming. We konden simpelweg niet bevatten dat er sprake was van zo’n ingrijpende vervuiling door broeikasgassen dat we het proces van de aarde beïnvloeden. Kijk eens naar deze statistieken die iets proberen te zeggen over hoeveel vervuiling er is en hoe erg het is: ‘per jaar overlijden ongeveer 7 miljoen mensen aan luchtvervuiling’, ‘de gemiddelde CO2 voetafdruk per persoon in de EU in 2016 was 7.1 ton aan CO2’ of ‘luchtvervuiling doodt meer dan een miljoen zeevogels per jaar’ (Perrine, 2022). Zegt dit jou iets? Mij niet. Ik kan dit niet bevatten. In mijn omgeving zie ik blauwe lucht, water dat er normaal uit ziet, redelijk wat groen gras en bomen en flink wat dikke meeuwen en duiven. Waar zie ik die vervuiling dan? Patatvervuiling?

Af en toe zien we of horen we iets waardoor we geraakt worden door erge vervuiling. Zoals berichten over veel plastic in de oceaan, vuilnis uit jouw eigen land wat een continent verderop opduikt, kunstgrasmatten die van kankerverwekkend materiaal zijn en nauwelijks te recyclen of af te breken zijn, vlees in de supermarkt waar verkeerde stoffen in zijn gevonden en ga zo maar door. Dit ervaren we als incidenten en geeft geen gevoel bij de omvang van het probleem aan lucht-, water-, land-, geluid-, licht- en radioactieve vervuiling.

Het is twijfelachtig of de wetenschap adequaat inzicht kan geven in de omvang van de vervuiling. Het is moeilijk om de relatie aan te tonen tussen bepaalde vervuiling en de gevolgen zoals aantal sterfgevallen of ziektegevallen. Onderzoek geeft natuurlijk informatie over onderdelen van de wereldwijde vervuiling. Of het een compleet beeld kan geven, is onwaarschijnlijk.

Vervuilen mag als iemand de rekening betaalt

Hoe kunnen we meer besef krijgen van de vervuiling die we veroorzaken? Een compleet beeld op wereldniveau is lastig. Onze afzonderlijke vervuilende activiteiten geven ons zicht op onze eigen vervuiling. Als je nagaat dat er bij veel van onze dagelijkse activiteiten een of andere vorm van vervuiling komt kijken, zoals bij het eten van vlees, alles van plastic, kleding, verwarming, licht, mobiele telefoon, computer, tv, medicijnen, auto, elektrische fiets….de lijst is zo lang. Verschillende vormen van vervuiling kunnen optreden tijdens de productie, als afval van de productie, tijdens het gebruik door de consument of als afval van de consument. Het verbranden van afval of recyclen brengt ook weer vervuiling met zich mee.

Opvallende en tevens beangstigend is dat het blijkbaar normaal is om te vervuilen. Bij al onze dagelijkse activiteiten komt vervuiling kijken. We vinden het normaal dat we van alles om ons heen gebruiken en dat met vervuiling tot stand is gekomen. Dat de afvoer ervan wederom met vervuiling gepaard gaat, zien we niet eens. Het afval wordt keurig opgehaald en weggewerkt, dus dat zal netjes worden verwerkt.

Ergens weten we dat er sprake is van vervuiling, maar we vertrouwen erop dat dit goed geregeld is en gecontroleerd wordt. Als het echt zo’n groot probleem is, dan zouden we er toch meer van merken of over horen? Deze aanname is totaal verkeerd. Want het lijkt erop dat we in onze samenleving vervuilen accepteren. Het mág. Vervuilen mág. Als daardoor de economie goed draait en wij in welvaart kunnen leven, dan is vervuilen een prijs die we betalen.

Dat is dan ook hoe de beleidsmakers en politici het benaderen. Ze willen de vervuiler laten betalen. Om de kosten van het opruimen van vervuiling te verhalen en om het onaantrekkelijk te maken om te vervuilen, wordt gezocht naar manieren om de vervuiler te laten betalen. Dit betekent dat de straf op vervuilen bestaat uit belastingheffing of dat vervuilen mag als je daarvoor de rechten hebt gekocht. Dit is interessant, want door dit soort ‘straffen’ te ontwerpen gaan we er dus vanuit dat we blijven vervuilen. Dat een zekere mate van vervuiling mag. Ergens is dit logisch als je nagaat dat een koe bij zijn natuurlijke verwerking van voedsel voor uitstoot van broeikasgassen zorgt en daarmee dus vervuilend is. Een bepaalde mate van vervuilen is niet te vermijden. Dat we snel iets doen dat vervuilend is, denk maar aan het verwarmen van eten met vuur, is geen reden om vervuiling normaal te vinden. Het is schokkend als we als samenleving de vervuiling op grote schaal accepteren, gedogen, en niet echt afkeuren.

Allereerst beschermen we onze economie en onze welvaart en dan pas kijken we hoeveel vervuiling we afkeuren. We berekenen hoeveel vervuiling teveel is en we proberen dit te begrenzen. Het gevolg is dat onze beleidsmakers los gaan op het ontwerpen van ingewikkelde belastingheffingen en systemen in de vorm van handel in CO2 emissierechten om zo het principe van de vervuiler betaald zo eerlijk mogelijk vorm te geven. De gedachte van handel in emissierechten is goed. Een voorbeeld van een emissiehandelssysteem is het Europese EU ETS (duurzaamheidsrecht.nl). Binnen het EU ETS is een plafond van emissierechten ingesteld dat gelijkstaat aan de totale toelaatbare CO2-uitstoot. Dit plafond is afgeleid van de reductiedoelstellingen die de EU wil bereiken en zorgt ervoor dat de uitstoot van alle ondernemingen onder emissiehandel nooit boven de vastgestelde doelstelling komt.

Een onderneming dat deelneemt aan emissiehandel en wordt blootgesteld aan koolstoflekkage, krijgt jaarlijks een hoeveelheid gratis emissierechten toegewezen. Dat is gebaseerd op onder andere eerdere productieniveaus en benchmarks voor de CO2-efficiency van het productieproces van de onderneming. Emissierecht geeft iedere onderneming het recht om bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten en vertegenwoordigt 1 ton CO2-uitstoot. Ondernemingen die meer broeikasgassen uitstoten dan het aantal in te leveren emissierechten waarover ze beschikken, riskeren een boete en moeten de ontbrekende rechten inleveren. Dat kan overigens worden voorkomen door extra emissierechten bij te kopen. De onderneming die minder broeikasgassen uitstoot en derhalve emissierechten overhoudt, kan ervoor kiezen om deze emissierechten te gaan verhandelen.

In de praktijk is dit systeem echter ingewikkeld en leidt tot onverwachte, ongewenste effecten. Bij de handel in emissierechten is het uitgangspunt onjuist. Het uitgangspunt is dat er mag worden uitgestoten, maar niet meer dan wat leidt tot opwarming van 1,5 C°. Toch raar, aangezien de opwarming nu al een probleem is. Waarom mogen we op grote schaal blijven vervuilen zolang we onder de 1,5 C° blijven? Dit betekent dat er niet echt wordt ingegrepen door te verbieden of fikse eisen te stellen. We stimuleren bedrijven tot minder uitstoten. En ja, als het bij stimuleren blijft, dan blijven bedrijven zoeken naar slimme uitwegen om niet teveel kosten te maken voor moeilijke veranderingen.

Op de wereldwijde klimaattoppen zoekt men naar de grens. Wat mag niet meer aan vervuiling en wat zou kunnen zolang we de apocalyps afwenden? Werkelijk het keihard veroordelen van de enorme vervuiling die bij onze welvaart komt kijken, gebeurt niet. Vervuilen mág! Het is ongelooflijk. De overheid zou beter kunnen stoppen met ingewikkelde constructies, waarbij ze hopen dat de markt genoeg heeft van teveel betalen en op zoek gaat naar schonere manieren. De realiteit is dat er te weinig geïnvesteerd wordt in schonere manieren zolang vervuilen mag. De vervuiler betaalt de rekening wel en lobbyt ondertussen voor soepelere regelgeving.

Niet een beetje duurzamer, maar écht duurzamer

Als samenleving kunnen we de grenzen scherper stellen en veel meer vervuilende activiteiten  verbieden of op zeer kleine schaal toestaan. Welke vormen van vervuiling zijn onvermijdelijk? Als je deze vraag gaat beantwoorden met de blik van 10 miljard mensen in 2050 en een grote welvaartsbehoefte, dan zul je van mening zijn dat veel vervuilen erbij hoort. Wanneer we een andere definitie van behoefte gaan hanteren die gericht is op voorzien in basisbehoeftes in plaats van welvaart, dan kom je tot een geheel ander inzicht. Denk bijvoorbeeld aan de behandeling van ziektes. Is het verlengen van ons leven met 5, 10 of 20 jaar het waard als we daarvoor gevaarlijke chemische stoffen gebruiken om medicijnen en behandelingen te ontwikkelen? Chemische stoffen die moeilijk onschadelijk te maken zijn en een gevaar voor de natuur zijn? We hechten zoveel waarde aan het redden en verlengen van onze eigen levens, dat we vergeten dat het dierenlevens, insectenlevens en plantenlevens kost. Zijn wij dan zoveel belangrijker dan de rest van de natuur? Of neem de ruimtevaart en de satellieten rond de aarde. We vervuilen onze eigen planeet, de atmosfeer, andere planeten of de maan om ons innovatieve, hoogstaande onderzoek te kunnen doen. Het gaat zelfs zo ver dat we apen hebben gemarteld met elektrische schokken om een ruimteraket te kunnen besturen. Beschamend. Hoe kan het dat we dat soort vervuilende activiteiten kunnen verantwoorden ten koste van onze eigen natuur?

Deze vragen stellen en met deze blik en houding kijken naar onze hele samenleving helpt om in te gaan zien dat we niet mogen vervuilen. Het is teveel, het is onnodig en het is waanzinnig egoïstisch als mensen zijnde om onze buitengewone behoeftes boven de behoeftes van de natuur te stellen. Zolang iets niet op een schone en verantwoorde manier tot stand kan komen en afgebroken kan worden, dan doen we het niet. Dus ook kritisch zijn op autoraces met elektrische auto’s, aangezien diverse onderdelen van het productieproces vervuilend zijn (ANWB, 2023). Laten we stoppen met het passen en meten met plafonds voor broeikasgassen en gewoon een streep door activiteiten zetten. Minder, minder, minder. Om de wereldwijde economie niet te veel in één keer te schaden, kunnen we per jaar met een paar activiteiten stoppen. Bijvoorbeeld volgens de volgende stopkalender voor de komende 5 jaar:

 Stopkalender
2024Ruimtevaart inclusief de belachelijke satellietenwedloop die gaande is
 Kwart van de luchtvaart
 Cruiseschepen
2025Auto- en motorsporten
 Tweede kwart van de luchtvaart
2026TV-schermen voor reclame doeleinden
 Derde kwart van de luchtvaart
2027Terrasverwarming
 Airco lager dan 25 graden
 Verwarming hoger dan 22 graden
2028IJsbanen Kunstsneeuw opspuiten skipistes
 Glastuinbouw
 Pleziervaart Nieuwe stadions bouwen voor sportevenementen Sportevenementen houden in ongeschikte gebieden

Wanneer we eindelijk zo ver zijn dat we vervuilende activiteiten zoveel mogelijk verbieden, dan zal dat een enorme impact hebben op onze economie, onze welvaart en op de ontwikkeling van technologie. We kunnen veel kritischer kijken naar wat nodig is. Bijvoorbeeld het aantal satellieten. Zoveel satellieten als dat er rondom de aarde draaien hebben we niet nodig om aangenaam te leven en de geplande uitbreiding helemaal niet.

Door anders af te wegen zal er veel meer ruimte komen voor vakmanschap en waardering voor spullen in plaats van onze weggooi-mentaliteit. Met het stoppen van activiteiten kunnen we het probleem van de vergrijzing oplossen, want we houden weer meer mensen over om ander werk te doen. Zo kunnen we Max Verstappen omscholen tot loodgieter en Lewis Hamilton tot finance specialist.

Door het verbieden van gebruik van schadelijke, giftige stoffen en van processen waarbij teveel vervuilend afval het resultaat is, zullen we teruggezet worden in de tijd met onze ontwikkeling. De kennis die we hebben opgedaan, zullen we niet meer op grote schaal kunnen toepassen. Als overheid kun je op hele kleine schaal toestaan dat er wordt geëxperimenteerd met te vervuilende activiteiten. Maar pas als deze activiteiten van kop tot staart aantoonbaar schoon zijn, kan het uit het laboratorium worden gehaald en op grotere schaal worden toegelaten.

Het verschil zit in het moment van begrenzing. Nu begrenzen we pas als de producten en diensten die we gebruiken problemen opleveren. We bedenken achteraf welke regelgeving nodig is om de ongewenste ontwikkeling aan banden te leggen. Dan zijn we gewend aan de producten en diensten en zijn we ervan overtuigd dat we ze nodig hebben en niet meer zonder kunnen. Wanneer we het omkeren en producten en diensten slechts toelaten op de wereldmarkt als ze aantoonbaar schoon zijn, dan maken we het onszelf veel makkelijker.

Grote en kleine duurzaamheid

De stopkalender gaat over grote duurzaamheid op nationaal en internationaal niveau. Het gaat om het begrenzen van de grotere vervuilende activiteiten. Natuurlijk is er ook nog de kleine duurzaamheid, namelijk het begrenzen van de vervuilende activiteiten van onszelf.

Het is zo moeilijk voor ons om te bepalen waar we goed aan doen en hoe wij aan kleine duurzaamheid kunnen doen. We zien dat veel mensen trots zijn op hun elektrische auto en dit beschouwen als een mooie bijdrage aan een duurzamere wereld. Ik snap de goede bedoelingen, maar als ik al die dikke Tesla’s door de wijk zie rijden dan zie ik de winst op het gebied van duurzaamheid nog niet. Pas als we die dikke wagens inruilen voor deelauto’s, elektrische fietsen of elektrische mini-auto’s, dan zou ik waardering kunnen opbrengen voor de aanpassing die mensen maken.

Kleine duurzaamheid zal net als grote duurzaamheid afgedwongen moeten worden. Vanuit de overheid is begrenzen van het aanbod producten en diensten nodig. Dit kan door producten en diensten te verbieden, te beperken, duurder te maken of alternatieven goedkoper te maken.

Het gevaar is groter dan vervuiling

20% van de CO2 in de atmosfeer wordt veroorzaakt door het vernietigen van natuur in de vorm van ontbossing, bosbranden en andere verstoringen van de natuur (Neufeld & Smith, 2022) (Penke, 2021). Dit is een aanzienlijke bron van vervuiling. Er is echter iets bijzonders mee, waardoor de vervuiling een grotere impact heeft op ons klimaatprobleem.

Bomen halen CO2 uit de atmosfeer en slaan dit in zichzelf op. Andere natuurlijke bronnen voor CO2 opslag zijn begroeiing boven de grond, de grond zelf van bijvoorbeeld moerassen of tropische regenwouden of het water van bijvoorbeeld oceanen. Deze natuurlijke bronnen zijn tijdelijke vormen van opslag. Zodra de bron vergaat of wordt vernietigd, dan komt de CO2 vrij in de atmosfeer. De natuur is per jaar in staat om zo’n 40% van alle CO2 die er in de atmosfeer terecht komt, op te nemen (zie Figuur 18). Dit is een enorme opslagcapaciteit!

We gaan zo achteloos om met deze waardevolle natuur dat we een neerwaartse spiraal creëren. We vernietigen natuur door het verwijderen van bossen of het cultiveren van land voor de productie van voedsel, waarmee we de concentratie van CO2 in de atmosfeer verhogen en we de natuurlijke opslagcapaciteit verkleinen. Dit maakt klimaatopwarming erger, terwijl de natuur een krachtige oplossing kan zijn. Als we deze neerwaartse spiraal weten te keren door meer natuur te creëren dan dat we vernietigen, dan zouden we een sterke bijdrage leveren aan het probleem van klimaatopwarming.

Figuur 18. Wereldwijde uitstoot CO2 per jaar (Neufeld & Smith, 2022) (Penke, 2021)

Over 200 jaar geen bomen meer

Aangezien de concentratie aan CO2 in de atmosfeer toeneemt, hebben we veel meer behoefte aan natuur  om de CO2 op te slaan. Echter, wij blijven meer natuur kapot maken, dan dat we aanplanten. Zo hebben we volgens Global Forest Watch in 20 jaar tijd (van 2001 tot 2021) 11% van de begroeiing aan bomen wereldwijd verloren (Global_Forest_Watch, 2022). Berucht is het beleid van de Braziliaanse ex-president Bolsonaro van 2019 tot 2022 ten aanzien van het Amazonegebied, waarbij hij het beschermen van het regenwoud actief heeft tegenwerkt en het toezicht op illegale ontbossing heeft verminderd (NOS, 2021) (Ubags, 2019). In dit tempo hebben we over 200 jaar geen boom meer overeind staan. We bedenken nieuwe technologieën van CO2 opslaan, maar we doen te weinig aan het beschermen van de natuurlijke CO2 opslag.

Het besef dat natuurbescherming ertoe doet, groeit. Een betere waardering van de natuur is van cruciaal belang bij het terugvinden van de balans in ons systeem. Hoe kunnen we de natuurbescherming naar een hoger niveau tillen? Een optie is om natuur op te nemen in ons kapitalistische systeem. Zo zou je waarde in geld kunnen toekennen aan het kappen van een boom of het cultiveren van een stuk grond. Door het toekennen van marktwaarde aan natuur, wordt natuur beter gewaardeerd is de gedachte. Ergens is deze gedachte logisch. Als we ons realiseren dat het hele probleem van destructie van de natuur het gevolg is van marktdenken en kapitalisme, dan is het niet logisch om de oplossing te zoeken in hetzelfde systeem dat het probleem heeft veroorzaakt (Taylor-Dawson, 2021). Natuur zou dan opgekocht kunnen worden door bedrijven en mensen met geld en dan leggen we de natuur in de rijkste handen. De ervaring heeft ons geleerd dat dit een model is dat niet werkt en ons wantrouwen verdient.

Twee andere ontwikkelingen zijn veel beter om de waardering van de natuur krachtiger te ontwikkelen. De ene ontwikkeling is het toekennen van rechten aan de natuur, zoals bijvoorbeeld aan bossen of rivieren (Tam, 2020). Op deze manier kunnen de rechten van natuur in de rechtszaal verdedigd worden. Dit is een groeiende beweging die op steeds meer plekken in de wereld voet aan de grond krijgt. Een andere ontwikkeling is de economische waardebepaling van natuur (Cohn, 2012). De natuur is een ingenieus systeem. Zo blijken bijvoorbeeld moerassen een goede natuurlijke opslagplaats voor CO2, absorbeert koud water meer CO2 dan warm water en is het gebruik van basalt als mest een manier om de opslagcapaciteit van grond te verhogen (Penke, 2021). Dit soort kennis is waardevol en helpt bij het maken van keuzes ten aanzien van land-, water,- en luchtgebruik. De economische waardebepaling van natuur is een nieuwe wetenschap die overheden adviseert over de waarde van de natuur voor de samenleving. Deze wetenschap drukt bijvoorbeeld in geld uit wat de waarde van bijvoorbeeld een bepaald stuk moeras voor die gemeenschap is. Als de gemeenschap overweegt om het moeras te dempen, dan verliezen ze die waarde. Wat kost het de gemeenschap om die waarde terug te krijgen? En hoe verhoudt dat zich tot wat het hen oplevert om een nieuwe bestemming aan het moeras te geven? Het inzichtelijk maken van de waarde van een stuk natuur dat we als gratis en waardeloos beschouwen, kan de huidige kortzichtige besluitvorming compleet veranderen.

Natuuronwenselijkheid

Tot nog toe is het debat over het gebruik van natuur niet eerlijk gevoerd. Mensen die de waarde van natuur inzien, kunnen dit moeilijk uitleggen aan mensen die er geen waarde aan hechten. Er wordt snel lacherig gedaan als mensen een stukje groen willen behouden en niet willen dat daar iets wordt gebouwd of dat er landbouw komt, terwijl er verderop een ander groot stuk groen is. De argumenten dat we iets bouwen dat waarde heeft zoals voedsel, woningen, bedrijfspand of benodigde spullen en ook werkgelegenheid oplevert, weegt in onze wereld zwaarder dan de natuur intact laten. Alles is wenselijker dan natuur. Bovendien blijft er toch groen over? Dus wat zeur je nou…

Zo’n debat mislukt bij voorbaat. Deze natuuronwenselijkheid maakt dat we bevooroordeeld zijn en dit is één van onze menselijke beperkingen. Het toekennen van rechten en de economische waardebepaling van natuur kunnen helpen om het debat beter te voeren. Dat is echter niet genoeg. Vanuit onze economie beredeneert kost de natuur onaangetast laten geld en levert het geen geld op. In de wereld verloopt de beslissing over het gebruik van natuur niet altijd via officiële kanalen. Een uitermate bekend voorbeeld is het illegaal kappen in het Amazonegebied. Inmiddels heeft dit ertoe geleid dat sommige inheemse volken in het Amazonewoud zich uitrusten met wapens om het illegaal kappen te bestrijden (Maisonnave, 2019).

Legers worden soms in andere landen ingezet om de bevolking te beschermen. Een leger inzetten kunnen we ook voor de natuur doen. We zouden een speciaal soort legerafdeling kunnen ontwikkelen die gericht is op het beschermen van de natuur en het opsporen van illegale activiteiten. De natuur is van ons allemaal en het kan niet zijn dat landen zo slecht voor hun natuur zorgen, dat het de balans in de wereld in gevaar brengt. Een internationaal natuurbeschermingsleger zou een oplossing kunnen zijn.

Kruispunt  #4 Technologie maakt alles makkelijker

Wat er tegenwoordig allemaal mogelijk is door technologie is net magie. Het is toch bijna toveren als je op een paar knopjes op je mobiele telefoon drukt en je een tante aan de lijn hebt, die aan de andere kant van de wereld woont. Het gaat verder dan haar aan de lijn hebben. Je kunt haar zien met videobellen. Als je weer op een paar andere knopjes drukt, kun je een document sturen aan hordes mensen over de hele wereld verspreid of een product bestellen dat de volgende dag aan je deur wordt afgeleverd.

Het is onvoorstelbaar wat technologie ons brengt. We hebben hoge waardering voor technologie en innovatie. Zo hebben we het beeld dat technologie alles makkelijker maakt. Daarom zoeken we continu naar mogelijkheden om activiteiten om ons heen met technologie te verbeteren. Tegelijkertijd zien we niet dat het gemak dat technologie brengt een keerzijde heeft. Of meerdere keerzijdes heeft.

Door bij veel handelingen een schermpje tussen ons en de leefwereld te zetten, maken we de systeem- en virtuele wereld keer op keer een stukje groter. Ons eigen leefwereld wordt complexer. Een mooi voorbeeld is het hedendaags collecteren. Vroeger kwam men langs de deur met een collectebus en als je wat aan het goede doel wilde geven, stopte je wat muntjes in de collectebus. Het is nooit bij me opgekomen dat je dit proces kon digitaliseren, behalve dan een pinpas houden bij een apparaatje om een klein bedrag over te maken. Dat zou te simpel zijn, nee, dit is niet hoe het hedendaags collecteren is gedigitaliseerd. Het is namelijk niet zomaar een pinapparaat. Tegenwoordig vragen ze om gegevens in te vullen als je wilt doneren. Zonder gegevens invullen, kun je geen donatie doen. Daarbij kan het ook zijn dat het apparaat geen verbinding maakt, dus ook als je gegevens invult, kun je mogelijk niet eens doneren. Hoe nodeloos ingewikkeld kun je iets maken. Het gemak van technologie wordt op deze manier compleet weggevaagd. De extra mogelijkheden, die technologie biedt, worden zodanig misbruikt dat het uiteindelijk voor niemand beter is. Ondertussen worden jouw gegevens opgeslagen in het systeem van het goede doel waar je doneert en kan het zijn dat je gespamd wordt. Wat ze voor de rest met jouw gegevens doen, weet je niet. 

Dit is de valkuil aan technologie toepassen. Het biedt zo verschrikkelijk veel mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld eens aan het kopen van een elektrische fiets. Dit is een flinke investering. Dus je wilt een fiets die alles kan en niet dat je erachter komt dat de fiets die je koopt net dat ene niet kan wat die iets duurdere fiets wel kon. Kortom, je gaat op zoek naar de beste keuze, misschien zelfs iets boven je budget. Uiteindelijk schaf je een elektrische fiets aan en gebruik je slechts 60% van de functionaliteiten. Een goedkopere fiets was prima geweest.

Technologiewenselijkheid

We verliezen ons in de vele functionaliteiten en passen veel technologie toe op manieren die niet direct tot een verbetering leidt of soms zelfs tot achteruitgang leidt. Zo zal het goede doel de voorkeur hebben voor de nieuwe methode, omdat ze geld en gegevens ophalen. De donateurs zullen een voorkeur hebben voor de eenvoudige collectebus of pinautomaat en niet hun gegevens af willen geven. Het is jammer dat we te weinig kritisch zijn bij het toepassen van technologie. We plaatsen technologie op een voetstuk, waarbij technologie toepassen altijd beter is. Er is sprake van technologiewenselijkheid, waarbij het meest doorslaggevende argument is ‘vooruitgang is niet te stoppen’. Deze bevooroordeeldheid ten aanzien van technologie is een menselijke beperking. We hebben weinig oog voor de keerzijde van ‘vooruitgang’. Al die toepassingen en mogelijkheden maakt onze wereld vele malen groter en complexer. Elk beetje technologie verdringt een stukje leefwereld.

Met name de technologische vooruitgang met betrekking tot documenten is revolutionair geweest. Door de mogelijkheden om documenten op een computer te typen, aan te passen, te bewaren en te delen met anderen, zijn we van alles in (uitgebreide) documenten gaan regelen en vastleggen. Onze slimheid hebben we naar een hoger niveau gebracht dankzij de technologische mogelijkheden. Met als gevolg dat de informatie en de regels zijn in ongelooflijk rap tempo zijn toegenomen. Het systeem is geëxplodeerd naar ongekende proporties en complexiteit.

De ene kant van deze grote en complexe systeemwereld is dat veel goed geregeld is. De andere kant is echter dat het leidt tot onbestuurbaarheid. Het is zoveel moeilijker geworden om een goede beslissing te nemen. Door de toename in hoeveelheid aan informatie wordt het nemen van beslissingen moeilijker. Zodra je een aanpassing in het systeem wilt maken, dan heeft dit gevolgen voor andere onderdelen van het systeem. In zo’n groot en complex systeem, zijn de gevolgen van een beslissing moeilijker te overzien. Bij de toepassing van technologie vergeten we dat de onbegrensde mogelijkheden van de technologie niet betekent dat wij als mensen onbegrensde capaciteiten hebben om ermee  om te gaan. Wij kunnen niet omgaan met zo’n enorme systeemwereld. We zijn ver over de grens gegaan van wat wij aankunnen.

Onze menselijkheid raken we kwijt

Ons groeiende onvermogen is op twee manieren zichtbaar en komt erop neer dat we werken in de systeemwereld en vergeten dat we kunnen handelen en kijken vanuit de leefwereld. Veel werk dat we doen wordt voorgeprogrammeerd in software. Problemen ontstaan als we iets willen invoeren dat volgens de software niet mogelijk is. Menigeen van ons loopt hier tegenaan bij het bellen naar een helpdesk. Je hebt een vraag of je wilt iets aangepast hebben en dat kan niet. De medewerker geeft aan dat het systeem dat niet doet. Hoe logisch de aanpassing ook is, de aanpassing wordt niet gedaan. Op dit moment is de medewerker niet in staat om het systeem te overrulen en het systeem is leidend geworden. De medewerker kan geen verantwoordelijkheid nemen voor zijn werk. Hier gaat het fout. Het is niet zijn werk om het systeem te volgen; het is zijn taak om jou te helpen. Helaas kiezen de meeste medewerkers voor het doorwerken met foutieve invoeren in plaats van werkelijk een oplossing zoeken, zodat het systeem de leefwereld correct weergeeft.

De tweede manier waarop ons onvermogen zichtbaar wordt, is dat we ons blind staren op het computerscherm. We verwachten alle antwoorden in ons werk en op onze vragen in de systeemwereld te vinden. Als we iets willen doorgronden of oplossen, dan zoeken we in alle uithoeken van de computer naar het antwoord. We vergeten dat alles wat we doen uiteindelijk om de leefwereld draait en dat daar de echte antwoorden te vinden zijn. We baseren ons tegenwoordig voornamelijk op informatie uit de computer en nemen weinig notie van de leefwereld. Het kost moeite om in de praktijk uit te zoeken wat er aan de hand is. Dat is veel moeilijker dan even een rapportje met wat gegevens uitdraaien. We vermijden dit tijdrovende werk, omdat we geloven dat dit niet van ons verwacht wordt. Er wordt van ons verwacht dat we snel en gemakkelijk met een antwoord komen en niet teveel tijd verdoen aan handwerk. Terwijl je soms beter iets met eigen ogen kunt zien en uitzoeken, omdat de systeemwereld niet altijd de oplossing biedt of het antwoord heeft.

Door de grote, complexe systeemwereld is de afstand tot onze leefwereld en onszelf groter geworden. Het tast onze menselijkheid en het tast zelfs onze eigenwaarde aan. We nemen geen verantwoordelijkheid meer voor ons werk, maar we wijzen naar het systeem als de verantwoordelijke. We erkennen dat we ons werk niet helemaal goed kunnen doen door het systeem en dat voelt niet lekker.

Naast de aantasting van onze menselijkheid in het werk, tast het ons thuis ook aan. Thuis vinden we het gebruik van apparaten en internet erg makkelijk. We vergeten dat het fijn kan zijn om iets zelf te doen zonder toepassing van gemak. Zodat je met je eigen handen bezig bent of zelf kiest hoe je jouw eigen huishouden wilt runnen. Het klinkt handig dat in de toekomst onze koelkast producten kan bestellen bij de supermarkt als iets op is. Het kan echter beter zijn voor jouw eigenwaarde om zelf te bepalen wat je in jouw koelkast hebt.

Vervangen van menselijkheid door robots en artificial intelligence

Interessant is de ontwikkeling van robots en artificial intelligence. Wat zal ons dit gaan brengen? Toekomstvisies op dit vlak zijn niet erg consequent:

  • De toekomstvisie dat vergrijzing een probleem is, stemt niet overeen met de gedachte dat robots het werk over gaan nemen.
  • Als robots het werk over gaan nemen en automatisering maakt het werk efficiënter, dan zal er minder werk voor ons zijn. Waarom willen we met de groei van de wereldbevolking naar 10 miljard robots gebruiken? We hebben genoeg mensen om het werk te doen.
  • Weer een andere visie is dat robots het simpelere werk zullen overnemen, maar dat er dan werk is voor deskundigen om de robots te bouwen, onderhouden en aan het werk te houden (Steinberg, 2022). Per saldo blijft er dezelfde hoeveelheid werk voor ons en wordt het simpele werk ingeruild voor ingewikkeld werk.

Deze laatste visie komt overeen met wat technologie tot nog toe voor effect heeft gehad. De efficiëntie op de ene plek wordt teniet gedaan door meer werk op een ander vlak. Het draagt vooral bij aan het complexer worden van de wereld en niet tot gemakkelijker worden. We zouden er ook voor kunnen kiezen om de mensen het simpelere werk te laten doen en geen poppen in te zetten die zijn gemaakt van metaal of plastic en door elektriciteit worden aangestuurd. Heerlijk simpel!

Het klimaatakkoord van Parijs is een ander voorbeeld waarin we verkeerd op technologie sturen. Een streven van het klimaatakkoord is om zwak ontwikkelde landen uit te rusten met betere technologie. Sterker ontwikkelde landen zouden zwak ontwikkelde landen hierbij moeten helpen. Dit is wederom de technologiewenselijkheid die overheerst. Kijk je naar de ecologische voetafdruk, dan zou je een andere conclusie kunnen trekken. Zwak ontwikkelde landen doen het goed en sterk ontwikkelde landen kunnen van hen leren. Dus niet ons probleem groter maken door zwak ontwikkelde landen technologie te geven en meer consumptie en vervuiling in de hand werken, maar sterk ontwikkelde landen hun technologie afnemen. We kunnen het omkeren. Behalve als het om schone energie, dat is de enige uitzondering waarbij zwak ontwikkelde landen goede ondersteuning kunnen gebruiken.

Een betere toekomstvisie op het gebruik van robots en andere technologie in onze samenleving is gewenst. Een visie die niet uitgaat van technologiewenselijkheid, maar een visie die onze menselijkheid voorop stelt. De behoefte aan nuttig werk is essentieel voor ons geluk. Kijk naar de hoeveelheid depressie en burnout, dan is het niet wenselijk om meer bullshitbanen te creëren waar mensen geen toegevoegde waarde in ervaren of dat ze thuis zitten en niets om handen hebben. Lekker slim om de robots het nuttige werk te geven. Trouwens, wat betekent het voor de economie als mensen werkloos thuis zitten zonder inkomen en robots het werk doen? Stort de economie dan niet in? Want robots gaan geen spullen kopen.

Ongebreidelde vooruitgang

Het gebrek aan toekomstvisie op de meerwaarde van technologie is niet het enige wat er aan schort door technologiewenselijkheid. Het hoge tempo van technologische vooruitgang is een ander probleem. Vooruitgang is positief voor een samenleving en is niet tegen te houden. Echter, niet elke vooruitgang is ook daadwerkelijk vóóruitgang. We omarmen veel nieuwe ontwikkelingen op basis van slimme marketingstrategieën of omdat het simpelweg mogelijk is. Wat echter een probleem is in de 21e eeuw, is dat de vooruitgang zo verschrikkelijk snel gaat dat we het niet meer bij kunnen benen. Onze samenleving is niet klaar voor sommige ontwikkelingen. Denk aan de beschikbaarheid in de wereldsteden van elektrische steps die door veel toeristen worden gebruikt. Levensgevaarlijk. We hebben er echter mee te dealen.

De versnelde vooruitgang wordt gepushed door een relatief kleine groep mensen die als het ware op topsnelheid voor ons uit rennen. De rest van ons probeert mee te rennen in het tempo. Een groeiende groep haalt het tempo niet of kan het niet volhouden. De oplossing in onze huidige samenleving is om de groep die achterop raakt, te ondersteunen met maatregelen. Ondertussen blijft de voorhoede op topsnelheid door rennen. In plaats van hun tempo te verlagen, zijn zij de snelheid verder aan het verhogen. De vooruitgang versneld. Als we zo doorgaan, kan bijna niemand het meer bijhouden. Het is noodzakelijk voor de ontwikkeling in onze samenleving dat de topsnelheid van de voorhoede flink naar beneden wordt geschroefd. En de enigen die dat kunnen doen, zijn onze overheden.

Overheden zouden de vooruitgang kunnen vertragen van het tempo van een jachtluipaard (ongebreideld) naar het tempo van een koala (bedachtzaam). Vooruitgang waar onze overheden meer tijd hebben om hun rol te pakken en te zorgen dat ontwikkelingen wat zachter landen in onze samenleving.

Technologische vooruitgang of economische vooruitgang?

Zou de technologische vooruitgang zo hard gaan als er weinig aan te verdienen viel? Waarschijnlijk hangen onze technologische en economische vooruitgang met elkaar samen. Investeerders verdienen geld aan het beschikbaar stellen van geld voor het ontwikkelingen van nieuwe technologie en bedrijven verdienen geld aan het verkopen van nieuwe technologie en gadgets aan andere bedrijven en aan consumenten. De link met het eerder besproken hoge verbruik aan spullen en de bijbehorende vervuiling kunnen we ook hier weer leggen. Technologische vooruitgang speelt er een rol in.

We hebben een slag te maken met het integreren van technologie in onze samenleving. Technologie ondersteunend aan de leefwereld en niet de leefwereld overstemmend, is de uitdaging. We mogen kritischer zijn in welke technische mogelijkheden we benutten en welke niet. Mogelijkheden onbenut laten, kan heel prettig zijn en de wereld iets eenvoudiger houden. Om ons hierbij te helpen is het goed om mensen naar voren te schuiven die vanuit de leefwereld denken en handelen. Deze mensen kunnen ons helpen om meer vanuit de leefwereld naar technologie te kijken.

Het kan geen kwaad om de technologische ontwikkeling te vertragen. Door vertraging krijgen we de tijd en ruimte om het huidige grote en complexe systeem aan te pakken. Zo kunnen we eraan werken om het systeem weer bestuurbaar te krijgen en dat het niet verder uit de hand loopt. Minder investeren in technologie en dan met name technologie met betrekking tot het internet, computers, tv, mobiele telefoon en auto’s zal verschil maken. Echter is het gewenst om investeringen in technologie voor klimaatvraagstukken op peil te houden. Overheden kunnen aanzienlijk minder investeren in de wetenschap en in het stimuleren van innovatie. Bovendien kunnen zowel overheden als onderzoeksinstituten betere keuzes maken in welke onderwerpen wordt geïnvesteerd. Op deze manier stoppen we met het gedachteloos en eindeloos najagen van groei in alle sectoren, ongeacht of we het nodig hebben of niet (Lonkhuyzen, 2023).

De reactie hierop zal ongetwijfeld zijn dat blijven investeren van belang is, omdat we anders achterop raken. Onzin, want er wordt zo verschrikkelijk veel geïnvesteerd. We mogen best wat kritischer kijken wáár we in investeren. We kunnen er voor kiezen om in bepaalde terreinen voorop te lopen, maar als overheid hoef je toch niet overal in mee te gaan? Daar komt bij dat het stoppen van commerciële investeringen geen doorslaggevende invloed zal hebben op innovatie, aangezien innovatie tot stand komt door publieke fondsen (Lonkhuyzen, 2023).

Een andere optie om de investeringen te beteugelen, is om de aandelenbeurs aan te pakken. Op de aandelenbeurs wordt veel geïnvesteerd en gespeculeerd. Door de aandelenbeurs te versimpelen en onnodig ingewikkelde en snelle vormen van aandelenhandel te verbieden, kan het investeren en het verdienen van geld aan investeringen onaantrekkelijker worden gemaakt. Het gokelement op de aandelenbeurs inperken, rekent direct af met verschillende perverse prikkels in onze samenleving en zal de ongebreidelde vooruitgang vertragen.  

Een laatste mogelijkheid is om meer drempels op te werpen bij de invoering van innovaties, zoals het vertragen van de besluitvorming. Op deze manier vertragen we en komt er meer tijd voor het debat. Als er meer zicht is op wat een innovatie inhoudt, dan is het goed als we als samenleving de tijd hebben om ons een beeld te vormen van de gevolgen van de innovatie, de wenselijkheid van de innovatie en de mogelijkheden om de innovatie beter in te bedden. Het komt erop neer dat een enkeling of een groepje mensen voor de hele wereld kan beslissen wat een goede ontwikkeling voor ons zou zijn. Meer tijd voor een morele discussie is noodzakelijk. Dit ontbreekt in een tijd waar commercie overheerst. We laten het teveel aan de markt over. Toch is het tijd voor een verandering in onze houding van technologiewenselijkheid naar technologie kritisch. Meer aandacht voor de morele en vooral de menselijke kant van technologische ontwikkelingen in onze samenleving is wenselijk.

Kruispunt #5 Reclames zijn verre van onschuldig

De schakels tussen consumenten en de aanbieders van producten en diensten zijn winkels (fysiek of online) en de reclames van aanbieders en producten. Met het ontstaan van de online wereld is het belang van reclames geëxplodeerd. Vandaar dat clubs als Google en Facebook ontzettend groot zijn geworden, omdat ze verschrikkelijk veel geld verdienen aan online reclames plaatsen.

Hoewel de invloed van reclames bekend zijn, zien we niet dat elk van ons onder invloed staat en dat de gevolgen van het business model van gratis internet een ondermijnende werking heeft voor onze samenleving. Iets dat we relatief onschuldig vinden, heeft een enorme impact op onze manier van leven. Met een budget van 651 miljard dollar in 2021 (Ho, 2021) is marketing een ingrijpend fenomeen en niet een fenomeen waar we beter van worden.

Hersenspoeling

Tsja, reclames zijn niet minder dan dat. Het is hersenspoeling. Het is je reinste manipulatie. Niet in ons belang, maar in het belang van bedrijven om geld te verdienen. Ook overheden en goede doelen bedienen zich van adverteren. Soms goed bedoeld. Het blijft echter manipulatie.

Het begint ermee dat reclames bedoeld zijn om ons gedrag te beïnvloeden. Reclames zijn bedoeld om jou en mij ertoe te bewegen om iets te kopen of om ons gedrag te veranderen. Het zijn  boodschappen betaalt door een bedrijf of overheid. Dit is nogal wat. Elk mens wordt gemanipuleerd door reclames. Door mooie plaatjes, mooie mensen, mooie woorden, mooie merken. En het wérkt. We gedragen ons anders door reclames. We nemen andere beslissingen door reclames. Dit is in tal van onderzoeken aangetoond.

Reclames hebben een directe invloed op ons verbruik van producten en diensten. Dat is namelijk het doel: zorgen dat wij zoveel mogelijk producten en diensten kopen en zo snel mogelijk afdanken om weer nieuwe te kopen. Want deze strategie brengt het meeste geld in het laatje. Met uitgekiende strategieën worden we beïnvloed om producten te kopen en diensten af te nemen. Om geld uit te geven dat we niet hebben. Om iets te kopen dat we niet nodig hebben. Willen we ons verbruik veranderen, dan kunnen we niet anders dan de reclames om ons heen aan te pakken.

Het is absurd als je de schattingen hoort van het aantal reclames dat ons omringt. 1.700 banners per maand (Goran, 2021) zouden we onder ogen krijgen en 4.000 tot 10.000 reclame-uitingen per dag (Gord, 2007). Het meeste daarvan zien we niet of registeren we nauwelijks. Net als ons verbruik vinden we alle reclames om ons heen normaal. Als je er langer bij stil staat, dan realiseer je je dat het woord hersenspoeling beter van toepassing is dan het woord normaal. Op de automatische piloot zijn we reclames in onze samenleving gaan gebruiken en staan er niet bij stil wat het effect is nu het op zo’n grote schaal wordt toegepast. Dit is wederom één van onze menselijke beperkingen.

De beïnvloeding van reclames is ingrijpender dan slechts ons verbruik. Een voorbeeld hiervan is de invloed van de Russen op de Amerikaanse verkiezingen in 2016 (BBC, 2018). De Russen kochten onder andere reclames in op social media om de verkiezingen te beïnvloeden ten gunste van Trump. Reclames bepalen mede hoe we de wereld en andere mensen zien en beschouwen. Het vormt voor een deel ons wereldbeeld en mensbeeld. Reclames hebben invloed op wat we willen in het leven, op onze dromen en of we ergens wel of niet tevreden mee zijn. Om succesvol te zijn versterken adverteerders onze negatieve stereotypen, creëren ze een gevoel van ontevredenheid, zorgen ze voor stress in onze relaties met anderen en met onszelf en buiten ze onze zwakheden uit (Kinsey, 2019).

Reclames informeren ons over producten en diensten en schilderen dit mooier af dan dat de werkelijkheid is. Het is moeilijk om hier doorheen te kijken en te zien of iets werkelijk een goede keuze is of niet. Een reclame zien we als iets onschuldigs. En dat is precies wat het niet is. Die hele berg van reclames per jaar ter waarde van 651 miljard dollar is verre van onschuldig. Het vergiftigt onze geest en zet ons aan tot vernietigend gedrag. Het lijkt overdreven om het zo te benoemen, maar reclames zijn er mede de oorzaak van dat we zover gaan met consumeren dat we het klimaat opwarmen en dat we niet bij machte zijn om te stoppen met onnodig consumeren. We hebben onze mond vol over vrijheid en dat we niet mogen worden beperkt in ons doen en laten. Dat we ongebreideld mogen consumeren. Is dit vrijheid? Aangezet worden tot kopen door bedrijven uit hun eigenbelang? Aangezet worden om zoveel mogelijk geld uit te geven?

Vrijheid is om zelf te beslissen wat je doet en niet om gedreven door anderen keuzes maken. Vrijheid is zeker niet om door bedrijven beïnvloed te worden in onze keuzes. Het is een taak voor overheden nationaal en internationaal om ons te beschermen tegen deze inmenging in ons leven en in ons hoofd. Overheden die reclames zien als een motor om de groei in de economie te stimuleren, werken vanuit het verkeerde uitgangspunt. We hebben er recht op om beschermd te worden tegen bedrijven, zodat we niet worden lastig gevallen. Overheden moeten stoppen om ons als wandelende portemonnees te beschouwen. Leden van de samenleving zijn verantwoordelijk voor een positieve bijdrage aan de wereld en zijn vrij in doen en laten zonder beïnvloeding van dubieuze aard. Het beschermen hiervan versterkt onze vrijheid en zal het onnodige verbruik sterk verminderen.

Ik zie een gat in de markt voor me. Contrareclames die kopen afraden, adviseren iets niet te kopen, iets gezonds als bijzonder goed aanprijzen of tonen hoeveel geld je overhoudt als je minder koopt. Als we allemaal 10% van wat we besparen aan geld, geven voor dit soort reclamecampagnes, dan doen we onszelf een enorm plezier. De nieuwe Big Mac van McDonald’s, koop hem niet, je wordt er dik van, het is niet lekker, je eet een koe die geen goed leven heeft gehad, een half uur erna geeft het je opnieuw een hongergevoel en wil je meer eten. De beelden van de contrareclame tonen volgevreten mensen die ongegeneerd een burger naar binnen proppen. Gatver! Wat zou er gebeuren als we zo’n reclame van jongs af aan met dezelfde frequentie als de echte reclame van McDonald’s te zien krijgen? Of als we ons hele leven mooie reclames te zien krijgen dat champignonsoep zo lekker is. Dat bij het glazenwassen van een kantoorgebouw een halfnaakte, gespierde man in zijn pauze geniet van champignonsoep. Zeker weten dat ik een ongelooflijke fan van champignonsoep zou zijn!

Fake news en complottheorieën

Reclames zijn de drijvende kracht achter fake news. Om reclames te pushen heb je content nodig aan tv, artikelen, websites, filmpjes en muziek. Door deze content worden mensen verleid om iets te bekijken en dan krijgen ze meteen een reclame te zien. Dus het loont om zoveel mogelijk content aan te bieden die vooral een zeer hoge amusementswaarde heeft, want dan kun je reclames plaatsen en geld verdienen. Opvallende content is het hoogste goed geworden en met de waarheid wordt niet genoeg verdiend. Zo hebben ze in het Macedonische plaatsje Veles tijdens de Amerikaanse verkiezingen in 2016 hun slag geslagen (Tynan, 2016). Door meer dan 150 websites met bizar nieuws rondom Donald Trump en Hilary Clinton te fabriceren, verdienden ze geld aan de reclames op de websites.

Want dat is waar het om gaat. Er valt 651 miljard te verdienen. Reden genoeg om zo absurd mogelijke content te ontwikkelen om mensen aan te trekken, zodat zij de reclames zien waar geld aan wordt verdiend. En zo is een groot probleem in onze samenleving geboren. Fake news en complottheorieën. Content die niets meer met de waarheid te maken heeft, wordt op grote schaal aangeboden op het internet. Door deze content snappen mensen niet meer wat er in de wereld gebeurt en wat echt is. Doordat mensen het niet meer snappen, gaan ze in complottheorieën geloven. Idiote complottheorieën zoals de ontkenning van de Holocaust (moord van  miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog), dat de landing op de maan nep is, dat 9/11 de schuld is van de regering van George W. Bush of dat vooraanstaande Democraten een netwerk voor seksueel kindermisbruik runnen vanuit de kelder van een pizzeria.

De theorieën zijn uitermate  moeilijk te weerleggen, omdat mensen werkelijk niet meer weten hoe de wereld werkt door alle onzin die ze tegenkomen. Het is een triestere vorm van hersenspoeling die grote gevolgen heeft voor het vertrouwen in de samenleving. Als mensen niet meer weten wat echt is, dan verliezen ze hun vertrouwen in de wereld om hen heen. Ze verliezen het vertrouwen in het slechte én in het goede. Ze gaan zich onttrekken aan de samenleving en dat is een bedreiging voor hun eigen veiligheid en gezondheid als ze bijvoorbeeld onderwijs en zorg afwijzen. Verantwoordelijkheid als lid van de samenleving voelen ze niet, waardoor mensen voor problemen en overlast kunnen zorgen. Daarmee neemt de onrust en onveiligheid in de samenleving toe, wat onze instituties onder druk zet.

Onze samenleving is gebaseerd op vertrouwen. Dat is de basis van ons systeem. Om te kunnen vertrouwen is er waarheid nodig. Als we niet meer weten wat waar is door de wereld van reclames en shitload aan onware content, dan brokkelt ons systeem af waar we bij staan.

Beperk de vrijheid van bedrijven en vergroot de vrijheid van mensen

De invloed van reclames gaat veel verder dan een onschuldig moment om mensen te informeren over een product of dienst die gekocht kan worden. Reclames zijn niet vanzelfsprekend. We kunnen besluiten om minder reclames toe te staan, als we de schadelijke invloed ervan erkennen. Wanneer we de hoeveelheid reclames begrenzen, dan zal automatisch de hoeveelheid content vol leugens worden begrensd. Er zal minder beloning zijn om die shitload aan content te maken. Wie weet kunnen we dan weer een beetje normaal doen, als die hoeveelheid onzin drastisch afneemt. De waarheid zal sterker naar voren komen, waardoor ons vertrouwen in elkaar, in onze samenleving en onze instanties zal toenemen. Bovendien zullen bedrijven die nu te makkelijk hun geld verdienen aan reclames (lees: Google), minder inkomsten hebben. Hun andere activiteiten, zoals investeren in innovatie en daarmee het pushen van de ongebreidelde vooruitgang, zullen geremd worden door krimp van de budgetten.

Dit opent de deur om werk te gaan maken van aan inperking van de enorme hoeveelheid reclames. Met name de financiële prikkels die gemoeid gaan met reclames zijn een groot probleem. Dit kunnen we ondervangen door een belasting op reclames in te voeren (Romer, 2021). Dit zal niet gemakkelijk zijn, aangezien de scheidslijn vager is geworden. Veel geschreven content bevat reclame-uitingen, bijvoorbeeld artikelen in magazines die positief zijn over een merk of een product. Wanneer een magazine geld ontvangt van een bedrijf om in een artikel reclame te maken, dan kan daar belasting over geheven worden. Het wordt daardoor minder aantrekkelijk om reclame te maken of in ieder geval om veel reclames te plaatsen. Het beperken van de vrijheid van bedrijven is zeker mogelijk door het heffen van belasting over inkomsten die worden gegenereerd met het plaatsen van reclames voor bedrijven.

Een uitzondering zou kunnen zijn om geen belasting op reclames in serieuze kranten te heffen. Voor kranten kan het de doodsteek betekenen als ze inkomsten van reclames mislopen, terwijl deze kranten noodzakelijk zijn om betrouwbare informatie te verspreiden en fake news en complottheorieën tegen te gaan.

Naast het invoeren van een belasting op reclames kunnen we twee aanpassingen maken. We kunnen het verspreiden van onwaarheden zwaarder bestraffen. Daarmee verheffen we het belang van de waarheid. Verder kunnen we de communicatiemogelijkheden beperken, zoals de openbare ruimte vrij maken van reclame uitingen. Deze maatregelen helpen om de beïnvloeding van ieder mens te beperken, de individuele vrijheid te vergroten en het vertrouwen in de samenleving te herstellen.

© Copyright 2023 Sugarspider – Nadine Vestering