Bloedbad van Badeendjes DEEL I

Op de kermis

Sloddervos zoekt zoals gebruikelijk de kermis af. Dit keer is hij zijn speelgoedkonijn Fluffie kwijt. De laatste keer dat hij Fluffie heeft gezien was in de botsautootjes. Met regelmaat is Fluffie zoek, maar Sloddervos zorgt er altijd voor dat hij Fluffie terug vind in tegenstelling tot de rest van zijn verloren spullen. Hij dacht dat hij Fluffie goed had vastgemaakt aan de voorkant van de botsauto, dus hij snapt niet dat hij Fluffie daar niet kon vinden.

Het is vroeg op de kermis. Alle attracties en kramen zijn nog dicht en gaan voorlopig niet open. Gisterenavond was het ongelooflijk druk op de kermis en was het heel laat geworden. De kermis in deze stad is het hoogtepunt van het jaar. Het is de drukste kermis. Er komen zo verschrikkelijk veel mensen op af. Ook al is de kermis eerder geopend en sluit later, dan nog is het zo druk dat je bijna niet over de kermis kunt bewegen. Op dit tijdstip van de dag heeft Sloddervos alle ruimte om zich langs de kramen en attracties te bewegen. Toch beweegt Sloddervos zich met rare passen over de kermis. Door al het afval dat er ligt let Sloddervos op waar hij zijn vier poten neer zet. Zijn volle sierlijke staart danst mee met de onverwachte bewegingen. Voor een Fabula is Sloddervos heel gewoontjes. Hij ziet er precies uit als een vos met zijn spitse snuit, puntige oren en roodbruine vacht. Het enige wat afwijkt is dat Sloddervos wat kleiner van stuk is dan een vos, maar het verschil is niet groot.

Ook al heeft Sloddervos Fluffie nog niet gevonden bij zijn zoektocht, hij heeft wel zijn favoriete plaat met Beatles muziek teruggevonden in de kraam met het ballen gooien en zijn deken in het reuzenrad. Terwijl Sloddervos langs de gesloten kramen loopt, valt hem op dat er één kraam is die niet goed afgesloten is. Het is de kraam waar je eendjes kunt vissen. Misschien zijn er nog Badeendjes in de weer en kan hij hen vragen of ze Fluffie hebben gezien. Dichterbij gekomen ziet hij geen enkele beweging. Tussen de afvalgeuren van de kermis pakt hij een geur op uit de kraam. Het is de geur van het hengelwater, maar niet zoals het normaal gesproken ruikt. Sloddervlos springt op de zijkant van de toonbank. Het is Sloddervos direct duidelijk dat er wat mis is. In het midden van de kraam staat het hengelbad met rood gekleurd water, bloedrood. Opgelucht constateert Sloddervos dat wat er ook is gebeurt, het niets met Fluffie te maken heeft. Fluffie bloedt niet.

Het hengelbad is leeg. Tijdens de kermis zwemmen er zeker vijftig Badeendjes tegelijkertijd in. De Badeendjes zijn de enige Fabula’s die op de kermis werken. Ze draaien diensten om het hengelbad te vullen, zodat kinderen en soms volwassenen kunnen proberen hun met een hengel op te vissen. Sloddervos ziet een spoor uit het bad lopen en volgt dit de kraam in. Op de vloer van de kraam, onder de toonbank, vindt Sloddervos Badeendje Parelmoergoud. Afgeslacht. Sloddervos heeft er geen ander woord voor. De plastic huid van Parelmoergoud is op meerdere plekken open gesneden. Het totaal verminkte Badeendje ligt in een poel van het eigen bloed. Vol afgrijzen kijkt Sloddervos naar Parelmoergoud. Hij vond die altijd de mooiste met haar prachtige glans. Wat is hier gebeurd? Wie heeft Parelmoergoud dit aangedaan?

Dit is niet het enige bloed in de kraam. Sloddervos pikt meerdere andere bloedgeuren op. Hij zoekt verder en vindt Badeendje Mintgroen tussen het speelgoed dat mensen kunnen winnen. Badeendje Framboosrood hangt aan een hengel aan het plafond, gewurgd. Bij de achterdeur vindt hij Badeendje Azuurblauw en Chocoladebruin. Tenminste, aan de kleur te zien, moeten het Azuurblauw en Mintgroen zijn. Voor de rest is er niets meer herkenbaar aan deze Badeendjes. Ze lijken door een gehaktmolen te zijn gehaald. Voordat Sloddervos kan bedenken wat zich hier af kan hebben gespeeld, zwaait de achterdeur met een harde klap open. Sloddervos schrikt zich een ongeluk. Hij was volledig afgeleid en springt in alle haast in een stapel knuffels. Hij neemt een houding aan alsof hij ook een knuffel is. Het lijkt alsof Sloddervos opgerold ligt te slapen met zijn zachte, volle staart om zich heen gekruld.

Steven komt binnen in zijn gebruikelijke blauwe trainingspak. Blijkbaar was het hem opgevallen dat zijn kraam niet gesloten was. Hij loopt naar een luik en trekt deze dicht.  Sloddervos ziet dat Steven dikke wallen onder zijn ogen heeft, zijn haar piekerig door de war is en zijn schouders hangen. De drukke kermis vraagt zijn tol. Voordat Steven alle luiken dicht heeft, springt Sloddervos de kraam uit op een moment dat Steven met zijn rug naar hem toegekeerd staat. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij de verbaasde reactie van Steven als hij het troebele water ziet.

In het Verwende Nest

‘Mag ik erbij komen zitten?’, vraagt Snotaap aan Sloddervos. Sloddervos reageert niet meteen. Liggend op een kussen staart hij in een kom met drinkwater dat voor zijn neus staat. Hij is diep in gedachten. Snotaap gaat op de rand van een matras zitten zonder het antwoord af te wachten.

‘Wat ben je dit keer kwijt?’

‘Fluffie, ik kan Fluffie nergens vinden. Ik heb de hele kermis afgezocht en niets gevonden. Heb jij Fluffie gezien? Ik snap niet waar ‘ie gebleven is. Ik had hem juist zo goed vastgebonden aan de botsauto.’ Hoe langer Fluffie weg is, hoe chagrijniger Sloddervos wordt. Zelfs na zo goed gezocht te hebben, is Fluffie nog niet boven water. Dat is nooit eerder gebeurd.

Snotaap haalt zijn schouders op. ‘Nope, niet gezien. Wie weet is een mensenkind er mee vandoor gegaan die medelijden met het knuffelbeestje heeft.’

‘Het is mijn knuffelbeestje.’ De staart van Sloddervos zwiept onrustig heen en weer. De opmerking over medelijden hebben met een speelgoedkonijn komt niet binnen bij Sloddervos.

‘Heb jij Goudhaan of Vergadertijger gezien?’ vraagt Sloddervos.

‘Nee, hoezo?’

‘Oh, balen, ik zit op ze te wachten, ik moet ze spreken.’ Sloddervos valt even stil en kan het niet laten om navraag te doen, voordat hij Goudhaan of Vergadertijger heeft gesproken: ‘Is er iets met de Badeendjes?’

Snotaap pikt de verandering van onderwerp niet op. Hij denkt dat Sloddervos de voorzitter en secretaris van de dierenkring wil spreken over Fluffie. ‘Hmm, jaah, de afgelopen tijd lijkt het er wat anders aan toe te gaan bij de Badeendjes. Ik heb geruchten gehoord dat het met een paar Badeendjes niet lekker ging. Dat er wat ruzies waren, maar dat het zichzelf oploste. Verder weet ik het niet.’

‘Welke Badeendjes?’

‘Ja, dat snapte ik dus niet. Chocoladebruin is altijd zo lachen. Waarom die nou ruzie krijgt, weet ik niet. Mintgroen snap ik wel. Arelaxed. Meer heb ik niet gehoord. Je weet hoe ze zijn de Badeendjes. Zoveel horen we nooit van ze. Je zult het ze zelf moeten vragen’

Sloddervos schudt zijn kop. ‘Je weet dat het niet kan. Ze willen me niet in hun buurt hebben. Alsof ik een andere Fabula de kop af zou bijten.’

Snotaap kijkt bedenkelijk en het is van zijn snoet af te lezen dat hij arme Fluffie in gedachten heeft.

In het Verwende Nest

Wachtend op Goudhaan of Vergadertijger doodt Sloddervos de tijd door elk hoekje van het Verwende Nest te verkennen. Het café gedeelte heeft hij gehad, dus begeeft hij zich naar de winkel van Rioolrat. Naast de deur hangt het prikbord. Op het prikbord hangen mededelingen van Fabula’s. Dat kan over van alles gaan. Een uitnodiging voor een feestje. Iets dat je te koop hebt. Sloddervos wil het prikbord bestuderen. De winkel van Rioolrat mag hij niet naar binnen. Rioolrat heeft genoeg van Sloddervos zijn gewoonte om de raarste spullen in zijn winkel achter te laten of spullen uit zijn winkel te verplaatsen. Sloddervos kan veel van zijn spullen niet vinden, maar zijn aanwezigheid maakt dat ook andermans spullen onvindbaar worden. Een enkele keer is dat handig als je een cadeau hebt gekregen waar je absoluut vanaf wilt. Echter, als je de enige winkel runt voor de Fabula’s, dan is het uitermate onhandig.

Terwijl Sloddervos bij het prikbord staat, hoort hij Rioolrat in gesprek met Beunhaas. ‘Ik snap er niets van,’ klinkt de stem van Beunhaas: ‘Ik hoorde van Badeendje Purperviolet dat Framboosrood, Mintgroen, Chocoladebrui, Parelmoergoud en Azuurblauw vermoord zijn. Hoe kan dat nou? Precies de vijf Badeendjes die ik het meest intensief heb begeleid. Het ging zoveel beter met ze.’

‘Nu niet meer dus,’ reageert Rioolrat nuchter. ‘Hoe bedoel je dat je ze begeleid hebt? Kan het iets te maken hebben met de moordenaar? Misschien weet je iets belangrijks.’

Blijkbaar is het nieuws over het bloedbad rond aan het gaan. Dat scheelt weer, beseft Sloddervos, dan hoeft hij niet meer op Goudhaan of Vergadertijger te wachten en kan hij Fluffie zoeken.

 ‘..met tientallen Badeendjes ging het afgelopen jaar niet goed. Sommige gingen zelfs zo slecht dat ze hun werk een tijdje niet meer konden doen. De een had last van angsten, de ander kon zich moeilijk concentreren op het werk bij de hengelkraam. Een aantal huilden veel en waren prikkelbaar. Ook klaagden ze over vermoeidheid, hoofdpijn en hartkloppingen. Het was zo zielig om te zien hoe moeilijk ze het hadden. Ik heb ze geholpen. Het was overduidelijk dat het probleem het werk was, aangezien de Badeendjes de enige waren die er last van hadden en geen van de andere Fabula’s. Mijn oplossingen waren dan ook gericht op het verkleinen van de impact van het werk. Ik heb ze geleerd om hun grenzen beter aan te geven, zodat ze niet teveel werk op zich namen. Bovendien heb ik ze geleerd om de werkdruk beter te relativeren door zich minder verantwoordelijk te voelen en bij sommige hun neiging naar perfectionisme te verkleinen. Het belangrijkste is dat ik ze heb gestimuleerd om meer leuke dingen te doen. Om hun passie op te zoeken en daar hun geluk te vinden. Daar hoort bij om de dingen die energie kosten uit de weg te gaan. Het werkte zo goed.’ Tot besluit fluistert Beunhaas: ‘Ik was zo trots op ze voor de stappen die ze hebben gezet.’ Het verdriet in de stem van Beunhaas is hoorbaar.

Rioolrat reageert: ‘Dat klinkt alsof je heel vertrouwelijk met ze bent geweest. Hebben ze het nooit gehad over een Fabula, mens of dier die hun naar het leven stond of een bedreiging vormde?’

Nu pas valt het oog van Sloddervos op de foto van Fluffie op het prikbord. Hij is blij Fluffie te zien. Het lichtbruine speelgoedkonijn zit op de foto. Zoals altijd hangen zijn grote oren. Zijn rechterpoot is verbonden en hangt in een mitella. Zijn linkerpoot is compleet ingezwachteld en hij heeft een verband om zijn hoofd. Het is Fluffie, precies zoals Sloddervos hem kent.

‘Gruwelijk is het. Hoe kan iemand dat doen?’

‘Zoveel pijn en horror. Ik wist niet dat het bestond.’ Rioolrat en Beunhaas zijn nog steeds in gesprek over het bloedbad.

Naast de foto van Fluffie hangen twee briefjes. Ze zijn afkomstig van Piepkuiken. Op het eerste briefje staat: ‘Ik heb Fluffie, maar hij blijft bij mij.’ Het tweede briefje gaat verder: ‘Hij heeft genoeg geleden (zelfs voor een speelgoedkonijn).’ Grauwend springt Sloddervos naar de briefjes en trekt ze met zijn snuit van het prikbord. Woest is hij. Hoe durft Piepkuiken zijn speelgoed af te pakken?

Wordt vervolgd…