Op de kermis
De kermis is net open gegaan. Ook al is het betrekkelijk rustig met enkele bezoekers die rondlopen, de discomuziek van de kermis overstemt toch het opgewonden geskwiek van de Badeendjes en het gepiep van Piepkuiken. Sloddervos komt in volle vaart op de Aqua Blast, het onderkomen van Piepkuiken, afgerend. Door zijn uitstekende gehoor begrijpt hij dat hij zich veel problemen op de hals haalt als hij zomaar binnen valt. Er zijn niet een paar Badeendjes bij Piepkuiken op bezoek. Onder de Aqua Blasta, uit het zicht van de mensen, is het afgeladen met Badeendjes. Sloddervos schiet in de schaduw van House of Terror dat tegenover de Aqua Blast staat.
Op afstand is Piepkuiken niet te onderscheiden van de Badeendjes. Kom je dichterbij, dan zie je de verschillen. Het lichtgele, donzige kuiken heeft een korte, puntige snavel. De verschrikkelijk hoge piepstem valt op onder de plastic ogende Badeenjes in alle kleuren die je kunt bedenken. De Badeendjes met lange afgerond snavel hebben ieder hun eigen stemgeluid wat meer klinkt als kwaken, raspen of fluiten. Er is één geluid wat alle Badeendjes maken als ze opgewonden zijn en dat is een hoog geskwiek. De opwinding is groot.
Sloddervos ziet Fluffie nergens. Hij zal naar binnen moeten. In het plafond van de Aqua Blaster zit een ruimte waar Piepkuiken zijn woning heeft. Piepkuiken houdt ervan om regelmatig te douchen en in de Aqua Blast is dit mogelijk. Bezoekers kunnen als Aqua Blaster de brandweer helpen om vuur te blussen. Door de waterstraal te richten op de brandweermannen en de vlammen kun je punten verdienen. Piepkuiken scharrelt regelmatig achter de poppetjes langs om te douchen.
Terwijl Sloddervos op geruime afstand zoekt naar een mogelijkheid om ongezien in de Aqua Blaster te komen, vangt hij flarden van gesprekken op.
‘.. ruzie hadden. Een paar dagen geleden begon de ruzie tussen Mintgroen en Parelmoergoud.’
‘Ja, het begon met Mintgroen die de extra opruimdienst niet wilde doen. Die maakte daar een heel groot punt van, zoals die de afgelopen tijd vaak deed. Toen was Parelmoergoud gepikeerd, want die had veel meer extra opruimdiensten in willen plannen. Om niet zo perfectionistisch te zijn, had ze slechts één opruimdienst extra ingepland.’
‘Werkte Parelmoergoud dan weer? Ik dacht dat die er niet meer was.’
‘Alle vermoorde Badeendjes waren er een poosje niet.’
‘Waarom waren ze er dan niet?’
‘Allemaal? Tegelijkertijd?’
‘Nee, niet tegelijkertijd. Een beetje om beurten, geloof ik..’
De achterkant is geen optie. Het is zo rustig aan de achterkant dat de Badeendjes Sloddervos daar meteen zullen zien.
‘..de schuld van Framboosrood, niet van Chocoladebruin.’
‘Nee, het was Chocoladebruin die begon. Die wilde een paar diensten niet doen. Kostte energie, zoiets.’
‘Ja, lekker dan. Framboosrood wilde die diensten ook al niet doen. Die wilde iets leuks gaan doen. Dat kan niet zomaar. We hebben werk te doen. Ongelooflijk dat ze daar ruzie over hadden. Gewoon werken. Niet zo…’
‘..gestraft worden. Hoe gaan we dit doen? We moeten de moordenaar snel vinden. Ik kan maar één straf bedenken.’
‘Ja, alles moet in het werk worden gesteld om de schuldige te vinden en straffen. Dit is het enige nog waar Goudhaan en Politiemol mee bezig mogen zijn.’
‘Piepkuiken moet hierop aandringen bij de kring. Dit is zo belangrijk.’
De linkerkant naast de patatkraam geeft geen dekking, doordat er teveel ruimte tussen de beide kramen zit.
‘..maarreh het was me niet opgevallen dat ze er niet waren. Waar waren ze dan? Waren ze ziek? Dat ze niet zijn vermoord, maar dood gegaan door ziekte ofzo.’
Sloddervos houdt de rechterkant een poosje in de gaten.
‘.. die Mintgroen. Wat was die vervelend. Keer op keer. Ik wil dit niet. Je moet dat doen. Ik heb een probleem met jou. Zelfs Azuurblauw had het niet meer. Azuurblauw is zo rustig. Die heb ik nog nooit kwaad gezien.’
‘Die kookte een paar dagen geleden over. Het was ook wel heel lullig wat Mintgroen deed. Er de kantjes vanaf lopen en dan tegen Azuurblauw zeggen dat zij het niet goed doet.’
‘Ja, arme Azuurblauw, die voelde zich zo verantwoordelijk. Die kon dat slechte werk niet aanzien en dan ook nog de schuld krijgen.’
‘Ja, en dan Mintgroen..’
Sloddervos hoort Piepkuiken boven de Badeendjes uit. ‘Terecht dat jullie boos zijn. Dit kan echt niet dat er Fabula’s worden vermoord en dan nog wel 5. Dit is ondenkbaar. Natuurlijk ga ik erop aandringen bij de kring dat alles op alles wordt gezet om de moordenaar te vinden en te bestraffen. De onderste steen moet boven komen hoe dit heeft kunnen gebeuren.’
Opeens is er een mogelijkheid. Er is iets aan de hand bij de patatkraam. De bezoekers en kermismensen zijn afgeleid. Sloddervos loopt naast een mens mee naar de Aqua Blaster. De mens let niet op hem. Hij springt omhoog de kraam in en verdwijnt achter de te winnen spullen. Zo verdwijnt hij via de achterkant naar het plafond.
Sloddervos kan zijn opwinding bijna niet bedwingen. Zometeen heeft hij Fluffie terug. Het kan niet moeilijk zijn om Fluffie te vinden. Fluffie is 3 keer groter dan Piepkuiken. Voor het maken van zijn protestborden is het onderkomen van Piepkuiken vergeven van de verfpotten, kwasten, kartonnen dozen en houten stokken. Sloddervos zoekt in de dozen en tussen de spullen. Geen Fluffie. In het nest van Piepkuiken vindt Sloddervos niets bijzonders, behalve een zwarte stift waarvan hij zeker weet dat hij die kwijt was. Hij snapt er niets van en kijkt nog een keer rond naar iets dat hij over het hoofd ziet ‘…Sloddervos.’ Hij hoort zijn naam en de manier zijn naam wordt uitgesproken geeft Sloddervos de rillingen.
‘..Sloddervos. Ik weet het zeker. De kermismensen hebben vanmorgen een vos bij de vishengelkraam gezien. Dan kan het toch niet anders.’
‘Nou, je het zegt. Ik hoorde dat hij Fluffie kwijt is. Ik heb altijd gedacht dat Fluffie de enige reden was dat Sloddervos niet één van ons een keer aan stukken heeft gescheurd.’ Sloddervos rauscht door de spullen van Piepkuiken. Hij schuift potten opzij met zijn poot. Hij pakt dozen beet met zijn bek en gooit ze aan de kant. Niets, hij kan Fluffie niet vinden. Hij zit diep in de penarie. Met zijn staart tussen zijn benen maakt hij dat hij weg komt.
Kantoorruimte in het Verwende Nest
Na een lange en vermoeiende dag weten Goudhaan en Vergadertijger niet wat ze nog kunnen doen. De crisis in de kring is door het bloedbad hoog opgelopen. Piepkuiken heeft met zijn acties olie op het vuur gegooid. In plaats van de kring de tijd te geven te achterhalen wat er is gebeurd, waren Goudhaan en Vergadertijger druk met de gemoederen tot bedaren te brengen. Wat rust in de tent zal helpen om de waarheid te achterhalen. Echter, de druk is torenhoog om de schuldige te vinden. Vooralsnog hebben Goudhaan en Vergadertijger veel gespeculeer gehoord, maar zijn ze weinig wijzer geworden over de toedracht van de op afschuwelijke wijze vermoorde Badeendjes. De enige die ze niet gesproken hebben, weet waarschijnlijk meer. Sloddervos lijkt de spil van het gebeuren.
‘Het is genoeg voor vandaag, Vergadertijger. Een nacht slapen helpt mogelijk meer dan hier verder in kringetjes denken.’
Vergadertijger staat op en rekt zijn imposante papieren lijf uit. Voordat ze kans ziet om haar spullen te pakken, hoort ze een zachte klop op de deur. Goudhaan is haar voor met het openen van de deur. Hij blokkeert het zicht op de bezoeker.
‘Sloddervos,’ Goudhaan maakt ruimte voor Sloddervos om binnen te komen. Sloddervos had zich verstopt, totdat hij zeker wist dat hij zonder gezien te worden Goudhaan kon spreken. Uren heeft hij gewacht tot het donker was en de kermis bijna afgelopen. Onder dekking van de laatste herrie op de kermis durfde hij zich in het Verwende Nest te wagen.
Goudhaan en Vergadertijger kijken elkaar opgetogen aan. Eindelijk een doorbraak. De hele dag hebben ze gezocht naar Sloddervos, maar ze konden hem niet vinden op de gebruikelijke plekken. Goudhaan en Vergadertijger hebben aldoor dezelfde discussie gevoerd over hoe ze Sloddervos willen benaderen. Vergadertijger is van mening dat Sloddervos te vertrouwen is en dat hij zich nooit op een Fabula zou storten. Sloddervos is daarin net zo ongevaarlijk als Vergadertijger. Goudhaan deelt echter de mening van de Badeendjes. Een vos is niet te vertrouwen en blijft altijd een vos. Deze redenatie pareert Vergadertijger met de opmerking dat Sloddervos in de eerste plaats een Fabula is en pas in de tweede plaats een vos.
Terwijl Sloddervos de ruimte in stapt, stappen Goudhaan en Vergadertijger achteruit. Het lijkt erop dat ze achteruit stappen om de stank die van Sloddervos af komt. Hij ruikt alsof hij zich heeft verstond in één van de vijf afvalcontainers van de kermismensen. Sloddervos stapt gelaten binnen. Zijn staart en oren hangen. Hij loopt ineengedoken. Hij is aangeslagen, maar door wat? Goudhaan en Vergadertijger staan ongewoon dicht naast elkaar en kijken elkaar veelbetekenend aan. Zodra Sloddervos op zijn gemak staat en wat wil zeggen, stappen zowel Goudhaan als Vergadertijger opzij en kan Sloddervos zien wat er zich achter hen bevindt.
‘Fluffie!’ Sloddervos vergeet alles om zich heen en springt kwispelend op Fluffie af. Hij duwt zijn kop tegen Fluffie aan en rent door het dolle heen weg en dan weer terug. Hij springt, geeft Fluffie een lik, pakt Fluffie op in zijn bek en rent nog meer rondjes. Het duurt even voordat Sloddervos wat bedaard. Sloddervos gaat op de grond liggen met Fluffie tussen zijn poten en tegen zijn kop aan. Hij geeft Fluffie kopjes.
‘We zagen het bericht van Piepkuiken op het prikbord. Toen Piepkuiken vanmiddag eiste om met ons te spreken namens de Badeendjes, hebben wij als voorwaarde gesteld dat hij Fluffie aan ons overdraagt.’ Terwijl Goudhaan dit toelicht, is Vergadertijger op de grond tegen Sloddervos aan gaan liggen en geeft met haar grote papieren kop een lieve duw tegen de spitse snuit van Sloddervos. ‘Ik weet hoe gek je bent op Fluffie. Wat je met Fluffie doet, zou je nooit met een levend wezen doen. Maar de rest van de Fabula’s snappen dit niet.’
Sloddervos knikt meewarig. Hij snapt het probleem. Goudhaan schraapt zijn keel en rapporteert op strenge toon. ‘Nu zit je in een lastig parket. Het heeft er alle schijn van dat jij Parelmoergoud, Chocoladebruin, Azuurblauw, Framboosrood en Mintgroen hebt vermoord. De Fabula’s zijn ervan overtuigd. Je bent vanmorgen in de vishengelkraam gesignaleerd en je hebt geen alarm geslagen. De enige verklaring hiervoor is dat jíj het hebt gedaan.’ De kille blik van Goudhaan spreekt boekdelen. Hij kan geen andere verklaring vinden voor het bloedbad, dan dat Sloddervos er iets mee te maken heeft. Het begrip van Vergadertijger vindt hij voorbarig.
Sloddervos kijkt van de een naar de ander. Hij voelt dat zijn antwoord beslissend is om hem vrij te pleiten of aan te wijzen als moordenaar. Hoewel hij niets te verbergen heeft, denkt hij niet dat zijn antwoord bevredigend is, want er is geen moordenaar.
‘Ik was op zoek naar Fluffie. Ik kon Fluffie nergens vinden, ook niet in de vishengelkraam. Ik ben meteen naar het Verwende Nest gekomen om jullie te spreken, maar jullie waren er niet. Wat later hoorde ik dat anderen het al wisten, dus leek het me niet nodig om het nog te melden.’
Sloddervos is even stil en denkt na. ‘Ik denk dat ik weet wat er gebeurd is, maar jullie gaan mij nooit geloven. In de vishengelkraam heb ik alleen maar Badeendjes en de kermisman geroken. De geur van de kermisman was zwak, waarschijnlijk is hij er vroeg mee opgehouden. Flink wat Badeendjes zijn langer gebleven, maar het merendeel van die geuren waren ook zwak. De enige geuren die sterk waren, waren die van de vijf dode Badeendjes. Ze hadden verschillende ruzies met elkaar. Het ging niet goed met hen. Ieder had zijn eigen probleem. Ze probeerden zichzelf te beschermen en beter te worden met deze ruzies tot gevolg die al dagenlang aan de gang waren. Misschien zelfs al veel langer. Soms broeit iets langere tijd onderhuids. Blijkbaar is dat zo uit de hand gelopen dat ze elkaar te lijf zijn gegaan. Mintgroen en Framboosrood hebben Azuurblauw en Chocoladebruin vermalen in de afvalvernietiger. Daarop zijn zij elkaar te lijf gegaan, heeft Parelmoergoud Mintgroen geholpen om Framboosrood op te hangen. Terwijl Framboosrood zich met een mes heeft verdedigd tegen hen. Dit mes heeft Mintgroen afgepakt en gebruikt om Parelmoergoud volledig open te snijden. Zelf was Mintgroen al dermate gewond dat ze het zelf ook niet heeft overleefd. Er is dus geen moordenaar. Ik heb er niets mee te maken.’
‘Hun ruzie is zo uit de hand gelopen dat ze elkaar te lijf zijn gegaan?’ Ongelovig kijken Goudhaan en Vergadertijger elkaar aan. Ook al had Vergadertijger verwacht dat Sloddervos het niet had gedaan; dit had Vergadertijger niet zien aankomen. Goudhaan kan er niet bij. Hoe kan het dat ze zo wanhopig waren? Hoe kan het dat hij als voorzitter van de kring geen idee had dat dit gaande was? Goudhaan went zich af. Hij voelt verdriet om de Badeendjes waar het blijkbaar zo slecht mee ging dat ze elkaar de tent uit vochten. Dat het zo ver is komen.
Op de kermis
Piepkuiken heeft alle Badeendjes gevraagd mee te komen. Na een onderhoud met Goudhaan en Vergadertijger in de vroege ochtend, is duidelijk geworden dat bekend is wie de schuldigen zijn van het bloedbad. Piepkuiken was verrast door het nadrukkelijke meervoud dat ze gebruikten in het onderhoud. Meerdere moordenaars? Piepkuiken kan het niet geloven en de Badeendjes al helemaal niet. Piepkuiken en de Badeendjes ontmoeten Goudhaan en Vergadertijger bij de patatkraam. Goudhaan en Vergadertijger lopen voorop. Piepkuiken en de Badeendjes waggelen erachter. Het is niet makkelijk voor ze om de grote gouden haan en de papieren tijger bij te houden. Op hun zwemvliezen rennen ze zo hard mogelijk, wat het waggelen alleen maar erger maakt.
Bij het spiegeldoolhof geven Goudhaan en Vergadertijger aan dat ze de moordenaars binnen zullen vinden. Iedereen loopt het doolhof in en binnen de kortste keren is het gehele doolhof vergeven van de Badeendjes en overal in de spiegels zien ze duizenden echo’s van zichzelf. Badeendjes in kleuren van Parelwit, Honinggeel, Grijsbeige, Heidepaars, Ultramarijnblauw, Flessengroen, Dieporanje, Roodpaars, Stofgrijs, Koperbruin, Robijnrood, Bleekbruin, Grafietzwart, Hemelsblauw, Oud Roze, Papyruswit en nog veel meer. Tussen de echo’s zijn Piepkuiken, Vergadertijger en Goudhaan ook te zien.
Het is doodstil in het spiegelpaleis. De Badeendjes zien geen moordenaars. Ze zien zichzelf.

